BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 36
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Het monitoringsplan bestaat ten minste uit een beschrijving van:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3a, onder a tot en met d en f en g;
b. de operationele procedures binnen de inrichting, die betrekking hebben op: 1°. de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.5;
2°. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.6;
1°. de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.5;
2°. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.6;
c. de procedure waarin aan de hand van een schematische weergave alle operationele activiteiten zijn opgenomen, waaronder het meten, bewerken en opslaan van gegevens, het opstellen van het emissieverslag, de verificatie daarvan en het verzenden van het emissieverslag aan het bestuur van de emissieautoriteit;
d. de werkomschrijvingen van de activiteiten, bedoeld onder e, die in het kader van de uitvoering van het monitoringsplan plaatsvinden;
e. indien een meetinstantie wordt gebruikt die niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005: een beschrijving dat de meetinstantie werkt conform deze eisen;
f. de datum waarop het monitoringsplan is opgesteld en het versienummer daarvan.
2. In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens een beschrijving alsmede een schematische weergave van:
a. de afbakening van de verzameling NOx-installaties binnen de inrichting;
b. de naam, de identificatie en het identificatienummer van elke NOx-installatie die zich in de inrichting bevindt;
c. de naam, de identificatie en het identificatienummer van elke installatie die zich in de inrichting bevindt en die NOx uitstoot;
d. indien van toepassing: de naam, de identificatie en het identificatienummer van het cluster NOx-verbrandingsinstallaties, het cluster NOx-procesinstallaties of het cluster NOx-verbrandingsinstallaties en NOx-procesinstallaties;
e. de naam, de identificatie en het identificatienummer van de brandstofstromen binnen de inrichting;
f. de verdeling van de brandstofstromen over de NOx-verbrandingsinstallaties;
g. de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de inrichting bevinden en die NOx uitstoten;
h. de aansluiting van de desbetreffende bronnen op de NOx-installaties;
i. het afzonderlijke vermogen van alle verbrandingsinstallaties die NOx uitstoten binnen de inrichting;
j. de afzonderlijke productiecapaciteit van alle procesinstallaties die NOx uitstoten binnen de inrichting.
3. In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens afzonderlijk voor elke NO x-installatie die zich in de inrichting bevindt, waarop de aanvraag betrekking heeft:
a. de te monitoren brandstofstromen binnen de NOx-installatie alsmede de naam, de identificatie en het identificatienummer, voor zover het tweede lid, onder d, niet van toepassing is.
b. de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de NOx-installatie bevinden, voor zover het tweede lid, onder f, niet van toepassing is;
c. het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NOx-verbrandingsinstallaties;
d. het totale vermogen van alle NOx-verbrandingsinstallaties binnen de inrichting;
e. of het vermogen van de NOx-verbrandingsinstallaties, uitgedrukt in megawatt thermisch, technisch is begrensd;
f. de afzonderlijke en totale verwachte NOx-jaarvracht van de zich in de inrichting bevindende NOx-installaties;
g. de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NOx-procesinstallaties.
4. Indien degene die een inrichting drijft, op het moment van indiening van het monitoringsplan niet volledig aan de meetvoorschriften, bedoeld in paragraaf 3.3, of de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen, bedoeld in artikel 48, eerste lid, voldoet omdat dit technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten zou leiden, wordt de technische niet-haalbaarheid van bedoelde voorschriften, onderscheidenlijk worden de onredelijke kosten ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond. Hiertoe wordt in het monitoringsplan aangegeven:
a. de reden waarom degene die de inrichting drijft, niet aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen kan voldoen, alsmede de onderbouwing daarvan;
b. het tijdstip en de wijze waarop degene die de inrichting drijft, wel volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen zal voldoen;
c. de wijze waarop de jaarvracht van NOx wordt bepaald in de periode waarin nog niet volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen wordt voldaan.
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3a, onder a tot en met d en f en g;
b. de operationele procedures binnen de inrichting, die betrekking hebben op: 1°. de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.5;
2°. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.6;
1°. de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.5;
2°. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig paragraaf 3.6;
c. de procedure waarin aan de hand van een schematische weergave alle operationele activiteiten zijn opgenomen, waaronder het meten, bewerken en opslaan van gegevens, het opstellen van het emissieverslag, de verificatie daarvan en het verzenden van het emissieverslag aan het bestuur van de emissieautoriteit;
d. de werkomschrijvingen van de activiteiten, bedoeld onder e, die in het kader van de uitvoering van het monitoringsplan plaatsvinden;
e. indien een meetinstantie wordt gebruikt die niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005: een beschrijving dat de meetinstantie werkt conform deze eisen;
f. de datum waarop het monitoringsplan is opgesteld en het versienummer daarvan.
2. In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens een beschrijving alsmede een schematische weergave van:
a. de afbakening van de verzameling NOx-installaties binnen de inrichting;
b. de naam, de identificatie en het identificatienummer van elke NOx-installatie die zich in de inrichting bevindt;
c. de naam, de identificatie en het identificatienummer van elke installatie die zich in de inrichting bevindt en die NOx uitstoot;
d. indien van toepassing: de naam, de identificatie en het identificatienummer van het cluster NOx-verbrandingsinstallaties, het cluster NOx-procesinstallaties of het cluster NOx-verbrandingsinstallaties en NOx-procesinstallaties;
e. de naam, de identificatie en het identificatienummer van de brandstofstromen binnen de inrichting;
f. de verdeling van de brandstofstromen over de NOx-verbrandingsinstallaties;
g. de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de inrichting bevinden en die NOx uitstoten;
h. de aansluiting van de desbetreffende bronnen op de NOx-installaties;
i. het afzonderlijke vermogen van alle verbrandingsinstallaties die NOx uitstoten binnen de inrichting;
j. de afzonderlijke productiecapaciteit van alle procesinstallaties die NOx uitstoten binnen de inrichting.
3. In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens afzonderlijk voor elke NO x-installatie die zich in de inrichting bevindt, waarop de aanvraag betrekking heeft:
a. de te monitoren brandstofstromen binnen de NOx-installatie alsmede de naam, de identificatie en het identificatienummer, voor zover het tweede lid, onder d, niet van toepassing is.
b. de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de NOx-installatie bevinden, voor zover het tweede lid, onder f, niet van toepassing is;
c. het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NOx-verbrandingsinstallaties;
d. het totale vermogen van alle NOx-verbrandingsinstallaties binnen de inrichting;
e. of het vermogen van de NOx-verbrandingsinstallaties, uitgedrukt in megawatt thermisch, technisch is begrensd;
f. de afzonderlijke en totale verwachte NOx-jaarvracht van de zich in de inrichting bevindende NOx-installaties;
g. de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NOx-procesinstallaties.
4. Indien degene die een inrichting drijft, op het moment van indiening van het monitoringsplan niet volledig aan de meetvoorschriften, bedoeld in paragraaf 3.3, of de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen, bedoeld in artikel 48, eerste lid, voldoet omdat dit technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten zou leiden, wordt de technische niet-haalbaarheid van bedoelde voorschriften, onderscheidenlijk worden de onredelijke kosten ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond. Hiertoe wordt in het monitoringsplan aangegeven:
a. de reden waarom degene die de inrichting drijft, niet aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen kan voldoen, alsmede de onderbouwing daarvan;
b. het tijdstip en de wijze waarop degene die de inrichting drijft, wel volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen zal voldoen;
c. de wijze waarop de jaarvracht van NOx wordt bepaald in de periode waarin nog niet volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen wordt voldaan.