BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 34q
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Bij de bepaling van de CO 2-emissies, bedoeld in artikel 34k, identificeert en onderbouwt de vliegtuigexploitant de belangrijkste bronnen van onzekerheid en de daarbij behorende onzekerheidsniveaus.
2. De vliegtuigexploitant hoeft de geïdentificeerde onzekerheidsniveaus met betrekking tot de bepaling van het brandstofverbruik niet te onderbouwen indien de hoeveelheid getankte brandstof uitsluitend is bepaald op basis van de gefactureerde hoeveelheid brandstof of andere passende door de brandstofleverancier verstrekte informatie.
3. Indien systemen aan boord van het luchtvaartuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof te bepalen, onderbouwt de vliegtuigexploitant de onzekerheid van de brandstofmetingen door gebruik te maken van kalibratiecertificaten.
4. Indien de in het derde lid bedoelde kalibratiecertificaten niet beschikbaar zijn, onderbouwt de vliegtuigexploitant de onzekerheid van de brandstofmetingen door:
a. specificaties aan te leveren die door de leveranciers van de meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig zijn verstrekt omtrent de onzekerheid van deze meetsystemen, en
b. aan te tonen dat routinematige controles worden uitgeoefend teneinde het goed functioneren van de brandstofmeetsystemen te waarborgen.
5. De vliegtuigexploitant mag de onzekerheid van andere dan in het derde lid bedoelde componenten van de monitoringsmethodiek onderbouwen door gebruik te maken van een conservatieve inschatting van deskundigen waarbij het geschatte aantal vluchten binnen een rapportageperiode in acht wordt genomen.
6. Indien meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof te bepalen, voert de vliegtuigexploitant regelmatig controles uit tussen de hoeveelheid getankte brandstof die op de gefactureerde gegevens of andere passende door de brandstofleverancier verstrekte informatie van de brandstofleverancier is aangegeven en de hoeveelheid getankte brandstof die is gemeten door meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig.
7. Wanneer bij controles als bedoeld in het zesde lid afwijkingen tussen gemeten en gefactureerde of andere passende door brandstofleverancier verstrekte informatie over hoeveelheden worden geconstateerd door de vliegtuigexploitant en deze afwijkingen het toegestane maximum dat is aangegeven in de daarvoor bestemde procedure van artikel 34voverschrijdt, neemt de vliegtuigexploitant corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel 34ac.
2. De vliegtuigexploitant hoeft de geïdentificeerde onzekerheidsniveaus met betrekking tot de bepaling van het brandstofverbruik niet te onderbouwen indien de hoeveelheid getankte brandstof uitsluitend is bepaald op basis van de gefactureerde hoeveelheid brandstof of andere passende door de brandstofleverancier verstrekte informatie.
3. Indien systemen aan boord van het luchtvaartuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof te bepalen, onderbouwt de vliegtuigexploitant de onzekerheid van de brandstofmetingen door gebruik te maken van kalibratiecertificaten.
4. Indien de in het derde lid bedoelde kalibratiecertificaten niet beschikbaar zijn, onderbouwt de vliegtuigexploitant de onzekerheid van de brandstofmetingen door:
a. specificaties aan te leveren die door de leveranciers van de meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig zijn verstrekt omtrent de onzekerheid van deze meetsystemen, en
b. aan te tonen dat routinematige controles worden uitgeoefend teneinde het goed functioneren van de brandstofmeetsystemen te waarborgen.
5. De vliegtuigexploitant mag de onzekerheid van andere dan in het derde lid bedoelde componenten van de monitoringsmethodiek onderbouwen door gebruik te maken van een conservatieve inschatting van deskundigen waarbij het geschatte aantal vluchten binnen een rapportageperiode in acht wordt genomen.
6. Indien meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof te bepalen, voert de vliegtuigexploitant regelmatig controles uit tussen de hoeveelheid getankte brandstof die op de gefactureerde gegevens of andere passende door de brandstofleverancier verstrekte informatie van de brandstofleverancier is aangegeven en de hoeveelheid getankte brandstof die is gemeten door meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig.
7. Wanneer bij controles als bedoeld in het zesde lid afwijkingen tussen gemeten en gefactureerde of andere passende door brandstofleverancier verstrekte informatie over hoeveelheden worden geconstateerd door de vliegtuigexploitant en deze afwijkingen het toegestane maximum dat is aangegeven in de daarvoor bestemde procedure van artikel 34voverschrijdt, neemt de vliegtuigexploitant corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel 34ac.