BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 58
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Degene die een inrichting drijft, documenteert en bewaart de gegevens inzake de monitoring van de NO x-emissies van de inrichting ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend.
2. De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag kan worden geverifieerd.
3. Degene die een inrichting drijft, bewaart de onderstaande gegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend:
a. alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in artikel 16.6, eerste lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, van de wet, aan het bestuur van de emissieautoriteit worden verstrekt, waaronder het monitoringsplan;
b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek;
c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven;
d. alle gegevens inzake de veranderingen en de tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan;
e. het emissieverslag;
f. alle overige informatie die noodzakelijk is om het emissieverslag te kunnen verifiëren.
2. De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag kan worden geverifieerd.
3. Degene die een inrichting drijft, bewaart de onderstaande gegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend:
a. alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in artikel 16.6, eerste lid, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, van de wet, aan het bestuur van de emissieautoriteit worden verstrekt, waaronder het monitoringsplan;
b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek;
c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven;
d. alle gegevens inzake de veranderingen en de tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan;
e. het emissieverslag;
f. alle overige informatie die noodzakelijk is om het emissieverslag te kunnen verifiëren.