BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 63a
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. De houder van de vergunning meldt schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit elke tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek waarin het monitoringsplan niet voorziet onder opgaaf van de reden voor deze afwijking.
2. Een tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid is uitsluitend toegestaan, indien:
a. de afwijking maximaal zes maanden duurt,
b. de afwijking het gevolg is van een technische storing,
c. de gehanteerde afwijkende methodiek niet leidt tot een onderschatting van de emissies, en
d. de afwijking het gevolg is van overmacht,
en de houder van de vergunning alles in het werk stelt om de duur van de tijdelijke afwijking zoveel mogelijk te beperken.
3. Onder tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een tijdelijke afwijking:
a. van de gebruikte methode om de jaarvracht van NOx te bepalen,
b. in continue meting van de concentratie van NOx in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 40,
c. van het kental dat op de betrokken processituatie van toepassing is, of
d. van de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NOx, het jaarlijks brandstofverbruik of de productie.
4. De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van die maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.
2. Een tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid is uitsluitend toegestaan, indien:
a. de afwijking maximaal zes maanden duurt,
b. de afwijking het gevolg is van een technische storing,
c. de gehanteerde afwijkende methodiek niet leidt tot een onderschatting van de emissies, en
d. de afwijking het gevolg is van overmacht,
en de houder van de vergunning alles in het werk stelt om de duur van de tijdelijke afwijking zoveel mogelijk te beperken.
3. Onder tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een tijdelijke afwijking:
a. van de gebruikte methode om de jaarvracht van NOx te bepalen,
b. in continue meting van de concentratie van NOx in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 40,
c. van het kental dat op de betrokken processituatie van toepassing is, of
d. van de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NOx, het jaarlijks brandstofverbruik of de productie.
4. De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van die maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.