BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 44
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Onder kental wordt verstaan een getal dat het gemiddelde is van de deelmetingen van een periodieke meting.
2. Een periodieke meting bestaat uit ten minste drie deelmetingen van een half uur.
3. Voor NO x-installaties kan één kental worden bepaald, indien:
a. bij de bedrijfsvoering de fluctuaties in de concentratie van NOx, uitgedrukt in mg NOx/ Nm3, minder zijn dan 20% en de fluctuaties in het afgasdebiet, uitgedrukt in Nm3 rookgas/ uur, minder zijn dan 15%, of
b. het kental is vastgesteld bij de verbrandings- of procesomstandigheden die leiden tot de hoogste NOx-emissies.
4. Indien niet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, is voldaan, worden meerdere kentallen bepaald, waarbij geldt dat:
a. meerdere processituaties worden geïdentificeerd,
b. binnen iedere processituatie de fluctuaties in de concentratie van NOx, uitgedrukt in mg NOx/ Nm3, minder zijn dan 20% en de fluctuaties in het afgasdebiet, uitgedrukt in Nm3 rookgas/ uur, minder zijn dan 15%,
c. voor iedere processituatie een kental wordt vastgesteld, en
d. de frequentie waarmee het voor de procesvoering geldende kental wordt geselecteerd en geregistreerd, minimaal eens per uur bedraagt;
e. bij de registratie van de frequentie, bedoeld onder d, wordt vermeld hoe hoog de NOx-emissie in dat uur is.
5. Indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat het technisch niet mogelijk is of tot onredelijk hoge kosten leidt om aan het derde of vierde lid te voldoen, dan wel aan de frequentie waarmee kentallen volgens Bijlage Xmoeten worden bepaald te voldoen mag hij een afwijkende kentalsystematiek hanteren op voorwaarde dat hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de inschatting van de NO x-emissies hiermee voldoende nauwkeurig is.
6. Indien zich binnen de inrichting identieke NO x-installaties bevinden, mag degene die de inrichting drijft, in afwijking van het vierde lid één kental vaststellen voor één NO x-installatie dat geldt voor alle identieke NO x-installaties.
7. Het zesde lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft:
a. ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit heeft aangetoond dat zich binnen de inrichting identieke NOx-installaties bevinden;
b. ten minste één keer een periodieke meting heeft uitgevoerd op elke NOx-installatie;
c. ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de NOx-emissies met deze methode met eenzelfde betrouwbaarheid kunnen worden bepaald als met de methode, bedoeld in het derde of vierde lid.
8. De registratietijd, bedoeld in het vierde lid, onder d, kan worden verruimd indien degene die de inrichting drijft, in het monitoringsplan ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat deze verruiming geen systematische afwijkingen van de van NO x-emissies tot gevolg heeft.
9. In afwijking van het derde en vierde lid kan bij batchprocessen per processtap een kental worden vastgesteld of kan een kental worden vastgesteld dat betrekking heeft op alle stappen in het batchproces, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de inschatting van de NO x-emissies voldoende nauwkeurig is.
10. In afwijking van het tweede lid kan, indien bij batchprocessen een of meer kentallen zijn vastgesteld als bedoeld in het negende lid, het aantal deelmetingen ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit worden beperkt.
11. Voor de NO x-verbrandingsinstallaties gasturbines, gasturbine-installaties en gasmotoren worden de kentallen uitgedrukt in gram/GJ en omgerekend naar ISO-luchtcondities en als zodanig binnen de inrichting gehanteerd.
2. Een periodieke meting bestaat uit ten minste drie deelmetingen van een half uur.
3. Voor NO x-installaties kan één kental worden bepaald, indien:
a. bij de bedrijfsvoering de fluctuaties in de concentratie van NOx, uitgedrukt in mg NOx/ Nm3, minder zijn dan 20% en de fluctuaties in het afgasdebiet, uitgedrukt in Nm3 rookgas/ uur, minder zijn dan 15%, of
b. het kental is vastgesteld bij de verbrandings- of procesomstandigheden die leiden tot de hoogste NOx-emissies.
4. Indien niet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, is voldaan, worden meerdere kentallen bepaald, waarbij geldt dat:
a. meerdere processituaties worden geïdentificeerd,
b. binnen iedere processituatie de fluctuaties in de concentratie van NOx, uitgedrukt in mg NOx/ Nm3, minder zijn dan 20% en de fluctuaties in het afgasdebiet, uitgedrukt in Nm3 rookgas/ uur, minder zijn dan 15%,
c. voor iedere processituatie een kental wordt vastgesteld, en
d. de frequentie waarmee het voor de procesvoering geldende kental wordt geselecteerd en geregistreerd, minimaal eens per uur bedraagt;
e. bij de registratie van de frequentie, bedoeld onder d, wordt vermeld hoe hoog de NOx-emissie in dat uur is.
5. Indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat het technisch niet mogelijk is of tot onredelijk hoge kosten leidt om aan het derde of vierde lid te voldoen, dan wel aan de frequentie waarmee kentallen volgens Bijlage Xmoeten worden bepaald te voldoen mag hij een afwijkende kentalsystematiek hanteren op voorwaarde dat hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de inschatting van de NO x-emissies hiermee voldoende nauwkeurig is.
6. Indien zich binnen de inrichting identieke NO x-installaties bevinden, mag degene die de inrichting drijft, in afwijking van het vierde lid één kental vaststellen voor één NO x-installatie dat geldt voor alle identieke NO x-installaties.
7. Het zesde lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft:
a. ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit heeft aangetoond dat zich binnen de inrichting identieke NOx-installaties bevinden;
b. ten minste één keer een periodieke meting heeft uitgevoerd op elke NOx-installatie;
c. ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de NOx-emissies met deze methode met eenzelfde betrouwbaarheid kunnen worden bepaald als met de methode, bedoeld in het derde of vierde lid.
8. De registratietijd, bedoeld in het vierde lid, onder d, kan worden verruimd indien degene die de inrichting drijft, in het monitoringsplan ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat deze verruiming geen systematische afwijkingen van de van NO x-emissies tot gevolg heeft.
9. In afwijking van het derde en vierde lid kan bij batchprocessen per processtap een kental worden vastgesteld of kan een kental worden vastgesteld dat betrekking heeft op alle stappen in het batchproces, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de inschatting van de NO x-emissies voldoende nauwkeurig is.
10. In afwijking van het tweede lid kan, indien bij batchprocessen een of meer kentallen zijn vastgesteld als bedoeld in het negende lid, het aantal deelmetingen ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit worden beperkt.
11. Voor de NO x-verbrandingsinstallaties gasturbines, gasturbine-installaties en gasmotoren worden de kentallen uitgedrukt in gram/GJ en omgerekend naar ISO-luchtcondities en als zodanig binnen de inrichting gehanteerd.