BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 48
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Kwaliteitsborging van de continue metingen, bedoeld in artikel 40, geschiedt regelmatig en voorafgaand aan het gebruik van het NO x-meetsysteem overeenkomstig de norm, genoemd in artikel 43, eerste lid, onder c, waarbij in afwijking van die norm:
a. de geïnstalleerde meetapparatuur om de drie jaar door middel van parallelmetingen wordt gekalibreerd, en
b. voor het bepalen van de waarde, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van het besluit het bestuur van de emissieautoriteit een andere door hem geschikt geachte methode mag toestaan.
2. Indien bij NO x-installaties die behoren tot klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage Xcontinue wordt gemeten als bedoeld in artikel 40, tweede lid, en de kwaliteit van de continue meting in het geval, bedoeld in artikel 41, tweede lid, niet overeenkomstig de norm NEN-EN 14181 is geborgd, worden de periodieke metingen als drie parallelmetingen uitgevoerd. Deze parallelmetingen zijn evenredig verdeeld over het geldigheidsgebied van de continue metingen.
3. Op basis van de laatst uitgevoerde periodieke meting, bedoeld in het tweede lid, wordt een correctiefactor berekend, waarmee de gemeten NO x-emissies worden gecorrigeerd.
4. Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
5. Degene die de inrichting drijft, beoordeelt op grond van de resultaten, bedoeld in het vierde lid, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert de uitkomst van die beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
6. In geval uit de kalibratie en controles blijkt dat de ter bepaling van de jaarvracht van NO xgeïnstalleerde meet-, monstername- en analyseapparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, bedoeld in het eerste lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die de inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.
a. de geïnstalleerde meetapparatuur om de drie jaar door middel van parallelmetingen wordt gekalibreerd, en
b. voor het bepalen van de waarde, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van het besluit het bestuur van de emissieautoriteit een andere door hem geschikt geachte methode mag toestaan.
2. Indien bij NO x-installaties die behoren tot klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage Xcontinue wordt gemeten als bedoeld in artikel 40, tweede lid, en de kwaliteit van de continue meting in het geval, bedoeld in artikel 41, tweede lid, niet overeenkomstig de norm NEN-EN 14181 is geborgd, worden de periodieke metingen als drie parallelmetingen uitgevoerd. Deze parallelmetingen zijn evenredig verdeeld over het geldigheidsgebied van de continue metingen.
3. Op basis van de laatst uitgevoerde periodieke meting, bedoeld in het tweede lid, wordt een correctiefactor berekend, waarmee de gemeten NO x-emissies worden gecorrigeerd.
4. Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
5. Degene die de inrichting drijft, beoordeelt op grond van de resultaten, bedoeld in het vierde lid, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert de uitkomst van die beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in artikel 57, eerste lid.
6. In geval uit de kalibratie en controles blijkt dat de ter bepaling van de jaarvracht van NO xgeïnstalleerde meet-, monstername- en analyseapparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, bedoeld in het eerste lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die de inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd.