BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 28
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Degene die een inrichting drijft, documenteert en bewaart de gegevens inzake de monitoring van CO 2-emissies uit de CO 2-installatie ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit is overgelegd.
2. De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag kan worden geverifieerd overeenkomstig artikel 37, 38en 39.
3. Degene die een inrichting drijft, bewaart de onderstaande gegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit is overgelegd:
a. alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in artikel 16.6, eerste lid, van de wet, aan het bestuur van de emissieautoriteit worden verstrekt, waaronder het monitoringsplan;
b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek;
c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven;
d. alle gegevens inzake de veranderingen en de tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan;
e. de activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren die zijn overgelegd in het kader van het nationale toewijzingsbesluit, bedoeld in artikel 16.24 van de wet, ten behoeve van de handelsperiode waarvan het betreffende kalenderjaar deel uitmaakt;
f. het emissieverslag;
g. gegevens die zijn gebruikt voor het bepalen van de niveaus en de analyse van de onzekerheid van de CO2-emissies uit elke bron of bronstroom;
h. alle overige informatie waarvan in het monitoringsplan wordt aangegeven dat deze noodzakelijk is om het emissieverslag te verifiëren.
2. De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag kan worden geverifieerd overeenkomstig artikel 37, 38en 39.
3. Degene die een inrichting drijft, bewaart de onderstaande gegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit is overgelegd:
a. alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in artikel 16.6, eerste lid, van de wet, aan het bestuur van de emissieautoriteit worden verstrekt, waaronder het monitoringsplan;
b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek;
c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven;
d. alle gegevens inzake de veranderingen en de tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan;
e. de activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren die zijn overgelegd in het kader van het nationale toewijzingsbesluit, bedoeld in artikel 16.24 van de wet, ten behoeve van de handelsperiode waarvan het betreffende kalenderjaar deel uitmaakt;
f. het emissieverslag;
g. gegevens die zijn gebruikt voor het bepalen van de niveaus en de analyse van de onzekerheid van de CO2-emissies uit elke bron of bronstroom;
h. alle overige informatie waarvan in het monitoringsplan wordt aangegeven dat deze noodzakelijk is om het emissieverslag te verifiëren.