BWBR0017699
Geldig vanaf 2010-02-05
Artikel 53
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. De in het monitoringsplan beschreven bedrijfsinterne validatieprocedure bestaat uit de volgende activiteiten:
a. het opstellen en beheer van een jaarplan van bedrijfsinterne validatie;
b. het opstellen van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden;
c. de registratie van resultaten van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden;
d. de controle op de wijze waarop bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden en de herstelstappen die naar aanleiding daarvan zullen worden gezet.
2. Voor elk van de activiteiten in de bedrijfsinterne validatieprocedure wordt een werkomschrijving opgesteld, bestaande uit:
a. een beschrijving van de te valideren meetapparatuur, de berekeningsmethodieken, de uitvoering van vergelijkende metingen en de frequentie daarvan;
b. een gedetailleerde en stapsgewijze beschrijving van de wijze waarop bedrijfsinterne validatie plaatsvindt;
c. een beschrijving van de wijze waarop, de personen door wie en de plaats waar de resultaten van de bedrijfsinterne validatie worden geregistreerd.
3. Indien uit de bedrijfsinterne validatie blijkt dat de gemeten waarde van de NO x-emissies niet binnen de toegestane nauwkeurigheidseisen, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van het besluit, blijft, of niet aan de vereiste streefnauwkeurigheid, bedoeld in artikel 42, derde lid, voldoet, wordt dit onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld.
a. het opstellen en beheer van een jaarplan van bedrijfsinterne validatie;
b. het opstellen van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden;
c. de registratie van resultaten van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden;
d. de controle op de wijze waarop bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden en de herstelstappen die naar aanleiding daarvan zullen worden gezet.
2. Voor elk van de activiteiten in de bedrijfsinterne validatieprocedure wordt een werkomschrijving opgesteld, bestaande uit:
a. een beschrijving van de te valideren meetapparatuur, de berekeningsmethodieken, de uitvoering van vergelijkende metingen en de frequentie daarvan;
b. een gedetailleerde en stapsgewijze beschrijving van de wijze waarop bedrijfsinterne validatie plaatsvindt;
c. een beschrijving van de wijze waarop, de personen door wie en de plaats waar de resultaten van de bedrijfsinterne validatie worden geregistreerd.
3. Indien uit de bedrijfsinterne validatie blijkt dat de gemeten waarde van de NO x-emissies niet binnen de toegestane nauwkeurigheidseisen, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van het besluit, blijft, of niet aan de vereiste streefnauwkeurigheid, bedoeld in artikel 42, derde lid, voldoet, wordt dit onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld.