BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 9.5
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. Indien een werknemer dan wel voormalig werknemer die in het genot was van een suppletie op arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen als bedoeld in artikel 9.8of een suppletie op oudedagsvoorzieningen als bedoeld in artikel 9.4overlijdt en er geen verzekering die voorziet in een dekking van de risico’s van overlijden als bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, is afgesloten, hebben de partner en het kind dat op het moment van het overlijden een afhankelijk kind was recht op een suppletie op nabestaandenvoorzieningen. Dit recht vervalt indien de partner, respectievelijk het afhankelijke kind, verwijtbaar is aan het overlijden van de werknemer dan wel voormalig werknemer.
2. Voor rechten op grond van artikel 9.7, dan wel de artikelen 9.6en 9.7tezamen, geldt dat het totale suppletieplafond niet hoger is dan het in het tweede lid van artikel 9.4bedoelde suppletieplafond dat op de werknemer van toepassing was, dan wel dat voor de voormalig werknemer op de pensioendatum, bij ongewijzigde voortzetting van de arbeidsovereenkomst, van toepassing zou zijn geweest. Zo nodig worden de rechten op grond van artikel 9.7naar evenredigheid verlaagd.
3. Rechten op suppletie op grond van deze paragraaf bestaan uitsluitend voor de partner met wie de werknemer op de laatste dag van zijn arbeidsovereenkomst ten minste een jaar gehuwd is dan wel ten minste een jaar een geregistreerd partnerschap of een samenlevingsrelatie heeft als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h.
4. Indien het in het derde lid bedoelde huwelijk, geregistreerd partnerschap, dan wel samenlevingsrelatie van de werknemer dan wel voormalig werknemer eindigt, anders dan door diens overlijden, vervallen voor de partner alle aanspraken uit hoofde van deze paragraaf.
2. Voor rechten op grond van artikel 9.7, dan wel de artikelen 9.6en 9.7tezamen, geldt dat het totale suppletieplafond niet hoger is dan het in het tweede lid van artikel 9.4bedoelde suppletieplafond dat op de werknemer van toepassing was, dan wel dat voor de voormalig werknemer op de pensioendatum, bij ongewijzigde voortzetting van de arbeidsovereenkomst, van toepassing zou zijn geweest. Zo nodig worden de rechten op grond van artikel 9.7naar evenredigheid verlaagd.
3. Rechten op suppletie op grond van deze paragraaf bestaan uitsluitend voor de partner met wie de werknemer op de laatste dag van zijn arbeidsovereenkomst ten minste een jaar gehuwd is dan wel ten minste een jaar een geregistreerd partnerschap of een samenlevingsrelatie heeft als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h.
4. Indien het in het derde lid bedoelde huwelijk, geregistreerd partnerschap, dan wel samenlevingsrelatie van de werknemer dan wel voormalig werknemer eindigt, anders dan door diens overlijden, vervallen voor de partner alle aanspraken uit hoofde van deze paragraaf.