BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 5.13
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De vrouwelijke werknemer heeft in verband met haar bevalling recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof met behoud van loon.
2. Op het in het eerste lid bedoelde recht worden in mindering gebracht de voorzieningen waarop de vrouwelijke werknemer vanwege haar zwangerschaps- en bevallingsverlof recht heeft op grond van het voor haar geldende sociale zekerheidsstelsel.
3. Indien de werknemer een wisselend aantal uren per week werkt, wordt onder het in het eerste lid bedoelde loon verstaan het loon dat de werknemer gemiddeld heeft genoten in de dertien kalenderweken voorafgaande aan de dag dat het zwangerschapsverlof is ingegaan.
4. De vrouwelijke werknemer meldt aan de CdP:
a. de dag met ingang waarvan zij het zwangerschapsverlof opneemt uiterlijk vier weken voor die dag onder overlegging van een verklaring van een geneeskundige of van een verloskundige waarin de vermoedelijke datum van bevalling is aangegeven;
b. haar bevalling uiterlijk op de zevende dag volgend op die van de bevalling.
5. De duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de perioden dat het kan worden genoten, worden vastgesteld rekening houdend met lokaal voorschrift of gebruik, en zijn opgenomen in de postuitwerking, maar bedragen in totaal ten minste zestien weken.
2. Op het in het eerste lid bedoelde recht worden in mindering gebracht de voorzieningen waarop de vrouwelijke werknemer vanwege haar zwangerschaps- en bevallingsverlof recht heeft op grond van het voor haar geldende sociale zekerheidsstelsel.
3. Indien de werknemer een wisselend aantal uren per week werkt, wordt onder het in het eerste lid bedoelde loon verstaan het loon dat de werknemer gemiddeld heeft genoten in de dertien kalenderweken voorafgaande aan de dag dat het zwangerschapsverlof is ingegaan.
4. De vrouwelijke werknemer meldt aan de CdP:
a. de dag met ingang waarvan zij het zwangerschapsverlof opneemt uiterlijk vier weken voor die dag onder overlegging van een verklaring van een geneeskundige of van een verloskundige waarin de vermoedelijke datum van bevalling is aangegeven;
b. haar bevalling uiterlijk op de zevende dag volgend op die van de bevalling.
5. De duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de perioden dat het kan worden genoten, worden vastgesteld rekening houdend met lokaal voorschrift of gebruik, en zijn opgenomen in de postuitwerking, maar bedragen in totaal ten minste zestien weken.