BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 8.3
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De werknemer heeft bij het eindigen van een arbeidsovereenkomst recht op een eenmalige ontslaguitkering, tenzij:
a. het betreft het van rechtswege aflopen van één of verschillende direct aansluitende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die korter heeft respectievelijk hebben geduurd dan vijf jaren;
b. de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd;
c. de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd wegens aan de werknemer te verwijten redenen;
d. de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd wegens het bereiken van de pensioenleeftijd; of
e. de arbeidsovereenkomst na de in artikel 8.4, eerste lid, bedoelde termijn wordt beëindigd wegens ziekte.
2. De in het eerste lid bedoelde uitkering bedraagt ten minste een bedrag ter grootte van een half maandloon voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd of de direct aansluitende arbeidsovereenkomsten hebben geduurd. Bij een gedeelte van een jaar wordt de uitkering naar evenredigheid vastgesteld. Voor het berekenen van de duur van de arbeidsovereenkomst is artikel 8.2, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever gedeeltelijk wordt opgezegd, bestaat voor het aantal uren waarvoor de arbeidsovereenkomst is opgezegd recht op de uitkering.
3. Het aantal maandlonen dat meetelt bij de bepaling van het in het tweede lid bedoelde bedrag, bedraagt ten hoogste het aantal volle kalendermaanden gelegen tussen de ontslagdatum en de in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel d, bedoelde pensioendatum van de werknemer.
4. Indien reeds over een periode van de arbeidsovereenkomst of direct aansluitende arbeidsovereenkomsten een ontslaguitkering is verstrekt, telt deze periode niet mee bij de berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt in afwijking van artikel 1.1, onderdeel n, onder maandloon verstaan: het in artikel 1.1, onderdeel n, bedoelde maandloon zoals dat gemiddeld is uitbetaald over het tijdvak van 12 maanden direct voorafgaande aan de ingangsdatum van het ontslag.
6. Op de vaststelling en uitbetaling van de ontslaguitkering zijn de artikelen 4.8 tot en met 4.11van overeenkomstige toepassing.
a. het betreft het van rechtswege aflopen van één of verschillende direct aansluitende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die korter heeft respectievelijk hebben geduurd dan vijf jaren;
b. de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd;
c. de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd wegens aan de werknemer te verwijten redenen;
d. de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd wegens het bereiken van de pensioenleeftijd; of
e. de arbeidsovereenkomst na de in artikel 8.4, eerste lid, bedoelde termijn wordt beëindigd wegens ziekte.
2. De in het eerste lid bedoelde uitkering bedraagt ten minste een bedrag ter grootte van een half maandloon voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd of de direct aansluitende arbeidsovereenkomsten hebben geduurd. Bij een gedeelte van een jaar wordt de uitkering naar evenredigheid vastgesteld. Voor het berekenen van de duur van de arbeidsovereenkomst is artikel 8.2, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever gedeeltelijk wordt opgezegd, bestaat voor het aantal uren waarvoor de arbeidsovereenkomst is opgezegd recht op de uitkering.
3. Het aantal maandlonen dat meetelt bij de bepaling van het in het tweede lid bedoelde bedrag, bedraagt ten hoogste het aantal volle kalendermaanden gelegen tussen de ontslagdatum en de in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel d, bedoelde pensioendatum van de werknemer.
4. Indien reeds over een periode van de arbeidsovereenkomst of direct aansluitende arbeidsovereenkomsten een ontslaguitkering is verstrekt, telt deze periode niet mee bij de berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt in afwijking van artikel 1.1, onderdeel n, onder maandloon verstaan: het in artikel 1.1, onderdeel n, bedoelde maandloon zoals dat gemiddeld is uitbetaald over het tijdvak van 12 maanden direct voorafgaande aan de ingangsdatum van het ontslag.
6. Op de vaststelling en uitbetaling van de ontslaguitkering zijn de artikelen 4.8 tot en met 4.11van overeenkomstige toepassing.