BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 8.2
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De arbeidsovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan kan door opzegging worden beëindigd.
2. De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt een maand.
3. De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:
a. korter dan vijf jaren heeft geduurd: een maand;
b. vijf jaren of langer heeft geduurd: twee maanden.
4. Voor de toepassing van het derde lid geldt voor het bepalen van de duur van de arbeidsovereenkomst de periode waarop één of verschillende arbeidsovereenkomsten met de werknemer betrekking hebben, voor zover deze arbeidsovereenkomsten zijn aangegaan voor werkzaamheden op één post en elkaar met tussenpozen van niet meer dan 31 dagen zijn opgevolgd.
5. Alvorens over te gaan tot opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder instemming van de werknemer, wint de CdP bij 3W advies in.
2. De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt een maand.
3. De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:
a. korter dan vijf jaren heeft geduurd: een maand;
b. vijf jaren of langer heeft geduurd: twee maanden.
4. Voor de toepassing van het derde lid geldt voor het bepalen van de duur van de arbeidsovereenkomst de periode waarop één of verschillende arbeidsovereenkomsten met de werknemer betrekking hebben, voor zover deze arbeidsovereenkomsten zijn aangegaan voor werkzaamheden op één post en elkaar met tussenpozen van niet meer dan 31 dagen zijn opgevolgd.
5. Alvorens over te gaan tot opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder instemming van de werknemer, wint de CdP bij 3W advies in.