BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 5.15
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De CdP kan de arbeidsovereenkomst met een vrouwelijke werknemer niet opzeggen gedurende haar zwangerschaps- en bevallingsverlof noch, na werkhervatting, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof, behalve als de opzegging niet in verband staat met de zwangerschap of de geboorte van het kind en de consequenties daarvan dan wel het voeden van het kind. De bewijslast dat een opzegging niets te maken heeft met de zwangerschap of de geboorte van het kind en de consequenties daarvan dan wel het voeden van het kind ligt bij de werkgever.
2. Indien de CdP de arbeidsovereenkomst in strijd met het eerste lid opzegt kan de werknemer:
a. gedurende twee maanden na de opzegging van de arbeidsovereenkomst de opzegging vernietigen door middel van het zenden van een schriftelijke kennisgeving met die strekking aan de CdP; of
b. een beroep doen op artikel 8.9.
3. Een rechtsvordering in verband met de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waartegen is opgezegd.
2. Indien de CdP de arbeidsovereenkomst in strijd met het eerste lid opzegt kan de werknemer:
a. gedurende twee maanden na de opzegging van de arbeidsovereenkomst de opzegging vernietigen door middel van het zenden van een schriftelijke kennisgeving met die strekking aan de CdP; of
b. een beroep doen op artikel 8.9.
3. Een rechtsvordering in verband met de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waartegen is opgezegd.