BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 1.6
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De werknemer kan tegen een mondelinge of schriftelijke beslissing van de werkgever, voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst, binnen een termijn van zes weken na de dag dat de beslissing aan de werknemer is verzonden, uitgereikt of meegedeeld, schriftelijk bezwaar maken. De hoofdstukken 6en 7 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.
2. De beslissing op een bezwaarschrift als bedoeld in het eerste lid wordt genomen door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij laat zich terzake adviseren door de Commissie van Bezwaar Dienst Buitenlandse Zaken, overeenkomstig de artikelen 144 tot en met 146 van het RDBZ.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een beslissing van de werkgever niet verstaan het vaststellen, wijzigen of intrekken van een beleidsregel dan wel een postuitwerking of een andere regeling vastgesteld door Onze Minister of een ander publiekrechtelijk orgaan.
4. Voor de kennisneming van geschillen tussen de werknemer en de werkgever, voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst, is met uitsluiting van enige buitenlandse rechter de Nederlandse rechter bevoegd.
2. De beslissing op een bezwaarschrift als bedoeld in het eerste lid wordt genomen door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij laat zich terzake adviseren door de Commissie van Bezwaar Dienst Buitenlandse Zaken, overeenkomstig de artikelen 144 tot en met 146 van het RDBZ.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een beslissing van de werkgever niet verstaan het vaststellen, wijzigen of intrekken van een beleidsregel dan wel een postuitwerking of een andere regeling vastgesteld door Onze Minister of een ander publiekrechtelijk orgaan.
4. Voor de kennisneming van geschillen tussen de werknemer en de werkgever, voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst, is met uitsluiting van enige buitenlandse rechter de Nederlandse rechter bevoegd.