BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 3.2
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De werknemer die ten minste een jaar werkzaam is bij de post kan de CdP verzoeken om aanpassing van de uit zijn arbeidsovereenkomst voortvloeiende arbeidsduur.
2. Het verzoek wordt ten minste vier maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing van de arbeidsduur schriftelijk bij de CdP ingediend. Het verzoek bevat een opgave van het gewenste tijdstip van ingang en de gewenste omvang van de aanpassing van de arbeidsduur per week alsmede de gewenste spreiding van de uren over de week.
3. De CdP willigt het verzoek in voor zover het dienstbelang zich daartegen niet verzet.
4. De werknemer kan een nieuw verzoek indienen na twee jaren nadat de CdP een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur heeft ingewilligd of afgewezen.
2. Het verzoek wordt ten minste vier maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing van de arbeidsduur schriftelijk bij de CdP ingediend. Het verzoek bevat een opgave van het gewenste tijdstip van ingang en de gewenste omvang van de aanpassing van de arbeidsduur per week alsmede de gewenste spreiding van de uren over de week.
3. De CdP willigt het verzoek in voor zover het dienstbelang zich daartegen niet verzet.
4. De werknemer kan een nieuw verzoek indienen na twee jaren nadat de CdP een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur heeft ingewilligd of afgewezen.