BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 6.10
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. Na overlijden van de werknemer behouden de achterblijvende gezinsleden het gebruik van de dienstwoning waarin zij met de werknemer woonden gedurende de maand van het overlijden en de volgende drie maanden. Deze periode kan worden ingekort indien de CdP dat in het belang van de dienst noodzakelijk acht. In dat geval wordt aan bedoelde gezinsleden naar billijkheid een vergoeding verstrekt.
2. Indien door de werknemer voor het gebruik van de dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden 50% van deze vergoeding over de tijd, gedurende welke zij het gebruik over de dienstwoning behouden.
2. Indien door de werknemer voor het gebruik van de dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden 50% van deze vergoeding over de tijd, gedurende welke zij het gebruik over de dienstwoning behouden.