BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 3.3
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De werknemer heeft recht op een aantal vakantie-uren overeenkomstig lokaal voorschrift en lokaal gebruik. Het aantal vakantie-uren per jaar wordt opgenomen in de postuitwerking.
2. Over kalendermaanden gedurende welke de werknemer in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen werkzaamheden verricht, bouwt hij geen vakantie-uren op. Over kalendermaanden gedurende welke hij in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk werkzaamheden verricht, bouwt hij slechts vakantie-uren op naar evenredigheid van het gedeelte van zijn taak dat hij feitelijk vervult.
3. Het tweede lid is niet van toepassing ingeval:
a. de werknemer als gevolg van ziekte zijn werkzaamheden niet of slechts gedeeltelijk verricht zolang de verhindering tot het verrichten van werkzaamheden korter duurt dan 13 weken, waarbij tijdvakken van ziekte worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 31 aaneengesloten kalenderdagen opvolgen;
b. van genoten zwangerschaps- en bevallingsverlof, voor zover dat verlof de duur van 16 weken niet overschrijdt;
c. van genoten vakantie.
4. De CdP stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast na overleg met de werknemer. Dit overleg en deze vaststelling vinden, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen, zo tijdig plaats, dat de werknemer gelegenheid heeft tot het treffen van voorbereidingen voor de besteding van de vakantie.
5. De CdP kan, indien daartoe gewichtige redenen aanwezig zijn, na overleg met de werknemer, het door hem vastgestelde tijdvak van de vakantie wijzigen. De schade die de werknemer tengevolge van die wijziging lijdt, wordt door de werkgever vergoed.
6. Indien de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog recht op vakantie-uren heeft, heeft hij voor elk vakantie-uur recht op een vergoeding ten bedrage van het uurloon dat hij direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot.
2. Over kalendermaanden gedurende welke de werknemer in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen werkzaamheden verricht, bouwt hij geen vakantie-uren op. Over kalendermaanden gedurende welke hij in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk werkzaamheden verricht, bouwt hij slechts vakantie-uren op naar evenredigheid van het gedeelte van zijn taak dat hij feitelijk vervult.
3. Het tweede lid is niet van toepassing ingeval:
a. de werknemer als gevolg van ziekte zijn werkzaamheden niet of slechts gedeeltelijk verricht zolang de verhindering tot het verrichten van werkzaamheden korter duurt dan 13 weken, waarbij tijdvakken van ziekte worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 31 aaneengesloten kalenderdagen opvolgen;
b. van genoten zwangerschaps- en bevallingsverlof, voor zover dat verlof de duur van 16 weken niet overschrijdt;
c. van genoten vakantie.
4. De CdP stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast na overleg met de werknemer. Dit overleg en deze vaststelling vinden, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen, zo tijdig plaats, dat de werknemer gelegenheid heeft tot het treffen van voorbereidingen voor de besteding van de vakantie.
5. De CdP kan, indien daartoe gewichtige redenen aanwezig zijn, na overleg met de werknemer, het door hem vastgestelde tijdvak van de vakantie wijzigen. De schade die de werknemer tengevolge van die wijziging lijdt, wordt door de werkgever vergoed.
6. Indien de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog recht op vakantie-uren heeft, heeft hij voor elk vakantie-uur recht op een vergoeding ten bedrage van het uurloon dat hij direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot.