BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 4.4a
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. Aan de werknemer die zich om redenen van dienstbelang buiten de voor hem vastgestelde werktijden ingevolge een schriftelijke aanwijzing van de CdP regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar dient te houden teneinde bij eerste oproep arbeid te gaan verrichten, wordt voor ieder uur bereikbaarheid en beschikbaarheid een toeslag toegekend.
2. De toeslag bedraagt per uur bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het voor de werknemer geldende loon per uur en wel:
a. 5% op de doordeweekse uren, en
b. 10% op de uren in het weekend of op een feestdag,
met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het loon per uur, behorende bij loonnummer 15 van loonschaal 7.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de CdP, na overleg met de werknemer, ervoor kiezen de dienst met vrije tijd te compenseren, waarbij een beschikbaarheidsdienst van 24 uur op een doordeweekse dag gecompenseerd wordt met 1,5 uur verlof en in het weekend of op een feestdag met 2,5 uur verlof. Een dienst van minder dan 24 uur wordt naar evenredigheid gecompenseerd.
4. De in het derde lid bedoelde vrije tijd kan worden opgenomen binnen een periode van 6 maanden nadat de CdP de vrije tijd heeft toegekend. Niet opgenomen vrije tijd vervalt na afloop van die periode, tenzij die vrije tijd vanwege dienstredenen niet kon worden opgenomen, in welk geval de niet opgenomen tijd alsnog wordt uitbetaald.
2. De toeslag bedraagt per uur bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het voor de werknemer geldende loon per uur en wel:
a. 5% op de doordeweekse uren, en
b. 10% op de uren in het weekend of op een feestdag,
met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het loon per uur, behorende bij loonnummer 15 van loonschaal 7.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de CdP, na overleg met de werknemer, ervoor kiezen de dienst met vrije tijd te compenseren, waarbij een beschikbaarheidsdienst van 24 uur op een doordeweekse dag gecompenseerd wordt met 1,5 uur verlof en in het weekend of op een feestdag met 2,5 uur verlof. Een dienst van minder dan 24 uur wordt naar evenredigheid gecompenseerd.
4. De in het derde lid bedoelde vrije tijd kan worden opgenomen binnen een periode van 6 maanden nadat de CdP de vrije tijd heeft toegekend. Niet opgenomen vrije tijd vervalt na afloop van die periode, tenzij die vrije tijd vanwege dienstredenen niet kon worden opgenomen, in welk geval de niet opgenomen tijd alsnog wordt uitbetaald.