BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 4.3
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. Voor de werknemer geldt de loonschaal die, overeenkomstig bijlage 1, behoort bij de door hem te vervullen functie.
2. Het voor de werknemer geldende loonbedrag wordt bepaald door het loonnummer dat op hem binnen zijn loonschaal van toepassing is. Bij indiensttreding wordt het laagste loonnummer toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden een hoger loonnummer rechtvaardigen. Bij een deeltijdarbeidovereenkomst wordt het loonbedrag naar evenredigheid verlaagd.
3. Aan de werknemer aan wie nog niet het hoogste loonnummer in zijn loonschaal is toegekend, kan ten hoogste eenmaal per jaar het naasthogere loonnummer in zijn loonschaal worden toegekend indien hij naar het oordeel van de CdP zijn werkzaamheden op een goede wijze verricht.
4. In afwijking van het derde lid kan de CdP in bijzondere gevallen besluiten dat de werknemer een hoger loonnummer in zijn loonschaal wordt toegekend dan het naasthogere loonnummer.
2. Het voor de werknemer geldende loonbedrag wordt bepaald door het loonnummer dat op hem binnen zijn loonschaal van toepassing is. Bij indiensttreding wordt het laagste loonnummer toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden een hoger loonnummer rechtvaardigen. Bij een deeltijdarbeidovereenkomst wordt het loonbedrag naar evenredigheid verlaagd.
3. Aan de werknemer aan wie nog niet het hoogste loonnummer in zijn loonschaal is toegekend, kan ten hoogste eenmaal per jaar het naasthogere loonnummer in zijn loonschaal worden toegekend indien hij naar het oordeel van de CdP zijn werkzaamheden op een goede wijze verricht.
4. In afwijking van het derde lid kan de CdP in bijzondere gevallen besluiten dat de werknemer een hoger loonnummer in zijn loonschaal wordt toegekend dan het naasthogere loonnummer.