BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 5.14
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. Een vrouwelijke werknemer die een borstkind voedt en hiervan de CdP op de hoogte heeft gesteld, wordt gedurende de eerste negen levensmaanden van dat kind in de gelegenheid gesteld haar werkzaamheden te onderbreken om haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven gedurende maximaal een uur per dag. Bij een deeltijdarbeidsovereenkomst bedraagt de maximale duur van de onderbrekingen een evenredig deel van de onderbrekingen bij een voltijdarbeidsovereenkomst.
2. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de in het eerste lid bedoelde onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de CdP.
3. De duur van de in het eerste lid bedoelde onderbrekingen geldt als werktijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar recht op loon behoudt.
2. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de in het eerste lid bedoelde onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de CdP.
3. De duur van de in het eerste lid bedoelde onderbrekingen geldt als werktijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar recht op loon behoudt.