BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 9.1
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. suppletie: het bedrag, bestaande uit het verschil tussen: 1°. het suppletieplafond en
2°. het bedrag van de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen waarop de werknemer uit anderen hoofde recht heeft;
1°. het suppletieplafond en
2°. het bedrag van de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen waarop de werknemer uit anderen hoofde recht heeft;
b. suppletieplafond: het maximale bedrag dat aan suppletie kan worden toegekend op grond van artikel 9.4, tweede lid, artikel 9.6, eerste lid, artikel 9.7, eerste lid, en artikel 9.8, tweede lid;
c. suppletiediensttijd: de periode gedurende welke de werknemer recht had op loon van de werkgever, alsmede de periode gedurende welke recht bestond op toekenning van een suppletie op arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen als bedoeld in artikel 9.8, met uitzondering van de periode dat er een verzekering was als bedoeld in artikel 9.3. Een gedeelte van een maand wordt naar boven afgerond op een gehele maand. De periode dat de werknemer recht had op loon op basis van een deeltijdarbeidovereenkomst, wordt voor een evenredig deel meegerekend. De periode dat de werknemer loon ontving op basis van een arbeidsovereenkomst die meer dan een maand na de pensioendatum aanving, wordt niet meegerekend. De suppletiediensttijd bedraagt maximaal 40 jaren tenzij in de postuitwerking een pensioenleeftijd is opgenomen van 66 of 67 jaar in welk geval het maximaal 41 jaren respectievelijk 42 jaren bedraagt;
d. pensioendatum: de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop de werknemer dan wel voormalig werknemer de in artikel 8.5 bedoelde pensioenleeftijd heeft bereikt;
e. suppletiegrondslag: het loonbedrag, berekend over een tijdvak van een jaar, behorende bij de loonschaal en het loonnummer die laatstelijk voor de werknemer golden, met toepassing van het loonbedrag zoals dat voor die loonschaal en dat loonnummer op het moment van betaling geldt, met dien verstande dat als laatstbedoeld loonbedrag lager is dan het daarvoor geldende loonbedrag, dit laatste loonbedrag als suppletiegrondslag wordt gehanteerd totdat het loonbedrag op het moment van betaling gelijk is aan of hoger is dan het daarvoor geldende loonbedrag. Dit bedrag wordt vermeerderd met de in de artikelen 4.4 en 4.5 bedoelde toeslagen, zoals die op het moment van betaling gelden, berekend over een tijdvak van een jaar, voor zover deze toeslagen zijn toegekend voor onbepaalde tijd, dan wel gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren direct voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Voor zover op het moment van uitbetaling van de suppletie de systematiek van loonschaal en loonnummer die laatstelijk voor de werknemer golden ingrijpend is gewijzigd, wordt door 3W het loonbedrag dat laatstelijk voor de werknemer gold ten behoeve van berekening van de suppletiegrondslag naar redelijkheid en billijkheid in de dan geldende loonsystematiek ingedeeld.
2. Voor de bepaling van het in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, bedoelde bedrag van de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen waarop de werknemer uit anderen hoofde recht heeft, wordt gebruik gemaakt van de door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken vastgestelde berekeningsformules indien het noodzakelijk is dat:
a. een eenmalige betaling wordt omgerekend naar een periodiek bedrag;
b. een periodieke betaling wordt omgerekend naar een periodieke betaling met een andere betalingsfrequentie of naar een eenmalig bedrag.
Bij deze berekening zal zo nodig tevens rekening worden gehouden met de sterftetabel, welke de gemiddelde levensverwachting bevat voor het desbetreffende land of de desbetreffende regio, opgenomen in de laatst beschikbare versie van het Demografisch Jaarboek, uitgegeven door de Verenigde Naties. Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met de door De Nederlandsche Bank N.V. gepubliceerde wettelijke rente voor niet-handelstransacties.
a. suppletie: het bedrag, bestaande uit het verschil tussen: 1°. het suppletieplafond en
2°. het bedrag van de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen waarop de werknemer uit anderen hoofde recht heeft;
1°. het suppletieplafond en
2°. het bedrag van de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen waarop de werknemer uit anderen hoofde recht heeft;
b. suppletieplafond: het maximale bedrag dat aan suppletie kan worden toegekend op grond van artikel 9.4, tweede lid, artikel 9.6, eerste lid, artikel 9.7, eerste lid, en artikel 9.8, tweede lid;
c. suppletiediensttijd: de periode gedurende welke de werknemer recht had op loon van de werkgever, alsmede de periode gedurende welke recht bestond op toekenning van een suppletie op arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen als bedoeld in artikel 9.8, met uitzondering van de periode dat er een verzekering was als bedoeld in artikel 9.3. Een gedeelte van een maand wordt naar boven afgerond op een gehele maand. De periode dat de werknemer recht had op loon op basis van een deeltijdarbeidovereenkomst, wordt voor een evenredig deel meegerekend. De periode dat de werknemer loon ontving op basis van een arbeidsovereenkomst die meer dan een maand na de pensioendatum aanving, wordt niet meegerekend. De suppletiediensttijd bedraagt maximaal 40 jaren tenzij in de postuitwerking een pensioenleeftijd is opgenomen van 66 of 67 jaar in welk geval het maximaal 41 jaren respectievelijk 42 jaren bedraagt;
d. pensioendatum: de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop de werknemer dan wel voormalig werknemer de in artikel 8.5 bedoelde pensioenleeftijd heeft bereikt;
e. suppletiegrondslag: het loonbedrag, berekend over een tijdvak van een jaar, behorende bij de loonschaal en het loonnummer die laatstelijk voor de werknemer golden, met toepassing van het loonbedrag zoals dat voor die loonschaal en dat loonnummer op het moment van betaling geldt, met dien verstande dat als laatstbedoeld loonbedrag lager is dan het daarvoor geldende loonbedrag, dit laatste loonbedrag als suppletiegrondslag wordt gehanteerd totdat het loonbedrag op het moment van betaling gelijk is aan of hoger is dan het daarvoor geldende loonbedrag. Dit bedrag wordt vermeerderd met de in de artikelen 4.4 en 4.5 bedoelde toeslagen, zoals die op het moment van betaling gelden, berekend over een tijdvak van een jaar, voor zover deze toeslagen zijn toegekend voor onbepaalde tijd, dan wel gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaren direct voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Voor zover op het moment van uitbetaling van de suppletie de systematiek van loonschaal en loonnummer die laatstelijk voor de werknemer golden ingrijpend is gewijzigd, wordt door 3W het loonbedrag dat laatstelijk voor de werknemer gold ten behoeve van berekening van de suppletiegrondslag naar redelijkheid en billijkheid in de dan geldende loonsystematiek ingedeeld.
2. Voor de bepaling van het in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, bedoelde bedrag van de in dit hoofdstuk bedoelde voorzieningen waarop de werknemer uit anderen hoofde recht heeft, wordt gebruik gemaakt van de door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken vastgestelde berekeningsformules indien het noodzakelijk is dat:
a. een eenmalige betaling wordt omgerekend naar een periodiek bedrag;
b. een periodieke betaling wordt omgerekend naar een periodieke betaling met een andere betalingsfrequentie of naar een eenmalig bedrag.
Bij deze berekening zal zo nodig tevens rekening worden gehouden met de sterftetabel, welke de gemiddelde levensverwachting bevat voor het desbetreffende land of de desbetreffende regio, opgenomen in de laatst beschikbare versie van het Demografisch Jaarboek, uitgegeven door de Verenigde Naties. Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met de door De Nederlandsche Bank N.V. gepubliceerde wettelijke rente voor niet-handelstransacties.