BWBR0017230
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 6.3
Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005
1. De werknemer is verplicht aan de CdP, op een door de CdP te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
2. De CdP voert een registratie op basis van de in het eerste lid bedoelde opgaven.
3. Het is de werknemer verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor, ter beoordeling van de CdP, de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de post, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet redelijk zou zijn verzekerd.
4. Het is de werknemer verboden, middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor toestemming door de CdP is verleend. Voor aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen kan de CdP aanwijzingen geven.
2. De CdP voert een registratie op basis van de in het eerste lid bedoelde opgaven.
3. Het is de werknemer verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor, ter beoordeling van de CdP, de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de post, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet redelijk zou zijn verzekerd.
4. Het is de werknemer verboden, middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor toestemming door de CdP is verleend. Voor aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen kan de CdP aanwijzingen geven.