BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 56
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan getuigen en deskundigen alsmede bestuurders en commissarissen van een verzekeraar en van een in artikel 55, eerste lid, bedoelde onderneming, instelling of pool en de betrokken vertegenwoordiger oproepen. Indien deze vertegenwoordiger rechtspersoon is, geldt deze bevoegdheid ten aanzien van de bestuurders en commissarissen van de vertegenwoordiger en ten aanzien van de door hem aangewezen natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen.
2. Deze personen zijn verplicht op die oproeping te verschijnen.
3. De oproeping geschiedt op de wijze door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen.
4. Bij oproeping door middel van dagvaarding wordt de tussenkomst van het Openbaar Ministerie ingeroepen en vinden de bepalingen aangaande het dagvaarden van getuigen en deskundigen in strafzaken overeenkomstige toepassing.
5. Indien de opgeroepene niet op de dagvaarding verschijnt, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan proces-verbaal opmaken. Zij kan hem andermaal doen dagvaarden en daarbij een bevel tot medebrenging voegen of zodanig bevel laten uitvaardigen. Tot het ten uitvoer leggen van zodanig bevel verleent het Openbaar Ministerie zijn tussenkomst; de Pensioen- & Verzekeringskamer richt het verzoek daartoe tot de officier van justitie, hoofd van het parket bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd.
6. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, behoudens verschoning wegens ambts- of beroepsgeheim. De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten. De overige in het eerste lid bedoelde personen zijn verplicht alle gevraagde inlichtingen te verschaffen.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de getuige de eed afnemen. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/177" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 177 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>is van toepassing.
8. De <a href="/wet/BWBR0001841/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 17</a>en <a href="/wet/BWBR0001841/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23, eerste lid, van de Wet op de Parlementaire Enquête</a>, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deskundigen niet worden gegijzeld.
9. Het afnemen van verhoren van getuigen en deskundigen alsook van de overige in het eerste lid bedoelde personen geschiedt op een plaats, door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen. Zij kan een of meer van de leden van haar bestuur dan wel een of meer van haar medewerkers machtigen een verhoor als in de eerste volzin bedoeld af te nemen. Het afnemen van de eed geschiedt echter steeds door een lid van haar bestuur.
10. De Pensioen- & Verzekeringskamer kent aan getuigen en deskundigen op hun verlangen een vergoeding toe overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0001852" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in burgerlijke zaken</a>.
2. Deze personen zijn verplicht op die oproeping te verschijnen.
3. De oproeping geschiedt op de wijze door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen.
4. Bij oproeping door middel van dagvaarding wordt de tussenkomst van het Openbaar Ministerie ingeroepen en vinden de bepalingen aangaande het dagvaarden van getuigen en deskundigen in strafzaken overeenkomstige toepassing.
5. Indien de opgeroepene niet op de dagvaarding verschijnt, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan proces-verbaal opmaken. Zij kan hem andermaal doen dagvaarden en daarbij een bevel tot medebrenging voegen of zodanig bevel laten uitvaardigen. Tot het ten uitvoer leggen van zodanig bevel verleent het Openbaar Ministerie zijn tussenkomst; de Pensioen- & Verzekeringskamer richt het verzoek daartoe tot de officier van justitie, hoofd van het parket bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd.
6. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, behoudens verschoning wegens ambts- of beroepsgeheim. De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten. De overige in het eerste lid bedoelde personen zijn verplicht alle gevraagde inlichtingen te verschaffen.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de getuige de eed afnemen. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/177" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 177 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>is van toepassing.
8. De <a href="/wet/BWBR0001841/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 17</a>en <a href="/wet/BWBR0001841/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23, eerste lid, van de Wet op de Parlementaire Enquête</a>, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deskundigen niet worden gegijzeld.
9. Het afnemen van verhoren van getuigen en deskundigen alsook van de overige in het eerste lid bedoelde personen geschiedt op een plaats, door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen. Zij kan een of meer van de leden van haar bestuur dan wel een of meer van haar medewerkers machtigen een verhoor als in de eerste volzin bedoeld af te nemen. Het afnemen van de eed geschiedt echter steeds door een lid van haar bestuur.
10. De Pensioen- & Verzekeringskamer kent aan getuigen en deskundigen op hun verlangen een vergoeding toe overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0001852" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in burgerlijke zaken</a>.