BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 85
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Een verzekeraar die voor de eerste maal een bijkantoor opent, stelt als zijn vertegenwoordiger een natuurlijk persoon of een rechtspersoon aan.
2. De vertegenwoordiger heeft ten aanzien van de uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit de bijkantoren in Nederland van rechtswege alle bevoegdheden die de verzekeraar bezit. Hij maakt daarvan gebruik voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt.
3. De vertegenwoordiger is gehouden namens de verzekeraar te voldoen aan de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het ontbreken van de vertegenwoordiger of zijn in gebreke zijn ontslaat de verzekeraar niet van de verplichting te voldoen aan deze voorschriften.
4. Is de vertegenwoordiger rechtspersoon, dan wijst hij op zijn beurt een natuurlijk persoon aan die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen.
5. Mededelingen aan de vertegenwoordiger kunnen rechtsgeldig worden gestuurd aan het adres van het bijkantoor dat is opgegeven ingevolge de procedure, bedoeld in artikel 37, of zoals dat is gewijzigd ingevolge de procedure, bedoeld in artikel 38. Voor de toepassing van deze wet wordt als woonplaats van de verzekeraar en van de vertegenwoordiger in Nederland dat bijkantoor aangemerkt.
6. Zolang de vertegenwoordiger ontbreekt, wordt de verzekeraar geacht zijn woonplaats te hebben ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar volgens het vijfde lid, laatste volzin, het laatst zijn woonplaats had, of anders ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd.
2. De vertegenwoordiger heeft ten aanzien van de uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit de bijkantoren in Nederland van rechtswege alle bevoegdheden die de verzekeraar bezit. Hij maakt daarvan gebruik voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt.
3. De vertegenwoordiger is gehouden namens de verzekeraar te voldoen aan de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het ontbreken van de vertegenwoordiger of zijn in gebreke zijn ontslaat de verzekeraar niet van de verplichting te voldoen aan deze voorschriften.
4. Is de vertegenwoordiger rechtspersoon, dan wijst hij op zijn beurt een natuurlijk persoon aan die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen.
5. Mededelingen aan de vertegenwoordiger kunnen rechtsgeldig worden gestuurd aan het adres van het bijkantoor dat is opgegeven ingevolge de procedure, bedoeld in artikel 37, of zoals dat is gewijzigd ingevolge de procedure, bedoeld in artikel 38. Voor de toepassing van deze wet wordt als woonplaats van de verzekeraar en van de vertegenwoordiger in Nederland dat bijkantoor aangemerkt.
6. Zolang de vertegenwoordiger ontbreekt, wordt de verzekeraar geacht zijn woonplaats te hebben ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar volgens het vijfde lid, laatste volzin, het laatst zijn woonplaats had, of anders ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd.