BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 188f
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Indien Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, voornemens is een boete op te leggen, geeft hij, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, stelt Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in de bijlageof de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 188d, is aangewezen.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, stelt Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in de bijlageof de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 188d, is aangewezen.