BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 122
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Een aanvraag ter verkrijging van toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot overdracht van rechten en verplichtingen gaat vergezeld van een ontwerp-overeenkomst met alle ter toelichting dienende stukken.
2. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel in Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming indien deze verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, niet beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge of indien de Pensioen- & Verzekeringskamer een herstelplan ingevolge artikel 137aheeft verlangd van de verzekeraar.
3. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming alvorens de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat heeft verklaard dat deze verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge.
4. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel buiten de Unie in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een bijkantoor in Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming indien het betrokken bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, niet beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge of indien de Pensioen- & Verzekeringskamer een herstelplan ingevolge artikel 137aheeft verlangd van de verzekeraar. Indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Unie belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van het betrokken bijkantoor verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming alvorens laatstbedoelde toezichthoudende autoriteit heeft verklaard dat het bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge en dat, indien van toepassing, van het bijkantoor geen met een herstelplan in de zin van artikel 137aovereenkomend plan is verlangd.
5. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel buiten de Unie in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in een andere lid-staat gelegen bijkantoor kan de Pensioen- & Verzekeringskamer alleen toestemming verlenen indien:
a. de wetgeving van de lid-staat waar het overnemende bijkantoor is gelegen, voorziet in de mogelijkheid van een dergelijke overdracht;
b. de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat dan wel, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Unie belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van het betrokken bijkantoor, laatstbedoelde toezichthoudende autoriteit heeft verklaard dat het bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge;
c. de betrokken toezichthoudende autoriteit van die lid-staat geen herstelplan heeft verlangd van het bijkantoor; en
d. de betrokken toezichthoudende autoriteit instemt met de overdracht.
6. Voor zover een overdracht als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel a, betrekking heeft op overeenkomsten van schadeverzekering, gesloten vanuit een in een andere lid-staat dan Nederland gelegen bijkantoor van de verzekeraar, en in geval van een overdracht als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel c, legt de Pensioen- & Verzekeringskamer na ontvangst van de vereiste gegevens de ontwerp-overeenkomst met alle ter toelichting dienende stukken voor advies voor aan de toezichthoudende autoriteit van elke betrokken lid-staat.
7. Indien een in het zesde lid bedoelde toezichthoudende autoriteit haar advies niet binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft uitgebracht, wordt zulks gelijkgesteld met een gunstig advies.
8. Voor zover een overdracht betrekking heeft op overeenkomsten van schadeverzekering bij het sluiten waarvan in een andere lid-staat dan Nederland gelegen risico’s zijn verzekerd, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming alvorens de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat heeft verklaard met de overdracht in te stemmen.
9. Indien de in het achtste lid bedoelde toezichthoudende autoriteit haar oordeel niet binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft kenbaar gemaakt, wordt zulks gelijkgesteld met een instemming.
2. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel in Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming indien deze verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, niet beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge of indien de Pensioen- & Verzekeringskamer een herstelplan ingevolge artikel 137aheeft verlangd van de verzekeraar.
3. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming alvorens de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat heeft verklaard dat deze verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge.
4. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel buiten de Unie in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een bijkantoor in Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming indien het betrokken bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, niet beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge of indien de Pensioen- & Verzekeringskamer een herstelplan ingevolge artikel 137aheeft verlangd van de verzekeraar. Indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Unie belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van het betrokken bijkantoor verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming alvorens laatstbedoelde toezichthoudende autoriteit heeft verklaard dat het bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge en dat, indien van toepassing, van het bijkantoor geen met een herstelplan in de zin van artikel 137aovereenkomend plan is verlangd.
5. Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel buiten de Unie in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in een andere lid-staat gelegen bijkantoor kan de Pensioen- & Verzekeringskamer alleen toestemming verlenen indien:
a. de wetgeving van de lid-staat waar het overnemende bijkantoor is gelegen, voorziet in de mogelijkheid van een dergelijke overdracht;
b. de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat dan wel, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Unie belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van het betrokken bijkantoor, laatstbedoelde toezichthoudende autoriteit heeft verklaard dat het bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge;
c. de betrokken toezichthoudende autoriteit van die lid-staat geen herstelplan heeft verlangd van het bijkantoor; en
d. de betrokken toezichthoudende autoriteit instemt met de overdracht.
6. Voor zover een overdracht als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel a, betrekking heeft op overeenkomsten van schadeverzekering, gesloten vanuit een in een andere lid-staat dan Nederland gelegen bijkantoor van de verzekeraar, en in geval van een overdracht als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel c, legt de Pensioen- & Verzekeringskamer na ontvangst van de vereiste gegevens de ontwerp-overeenkomst met alle ter toelichting dienende stukken voor advies voor aan de toezichthoudende autoriteit van elke betrokken lid-staat.
7. Indien een in het zesde lid bedoelde toezichthoudende autoriteit haar advies niet binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft uitgebracht, wordt zulks gelijkgesteld met een gunstig advies.
8. Voor zover een overdracht betrekking heeft op overeenkomsten van schadeverzekering bij het sluiten waarvan in een andere lid-staat dan Nederland gelegen risico’s zijn verzekerd, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming alvorens de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat heeft verklaard met de overdracht in te stemmen.
9. Indien de in het achtste lid bedoelde toezichthoudende autoriteit haar oordeel niet binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft kenbaar gemaakt, wordt zulks gelijkgesteld met een instemming.