BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 183a
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van artikel 182, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die is belast met het toezicht uit hoofde van artikel 156din een noodregeling indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel a, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel c, zo lang de bewindvoerder nog niet activa te gelde heeft gemaakt met het oogmerk deze te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt geen gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid:
a. indien de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen;
b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, en deze instanties niet instemmen met het verstrekken van de gegevens of inlichtingen.
3. Artikel 182, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de op grond van het eerste lid verstrekte gegevens.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt geen gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid:
a. indien de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen;
b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, en deze instanties niet instemmen met het verstrekken van de gegevens of inlichtingen.
3. Artikel 182, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de op grond van het eerste lid verstrekte gegevens.