BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 147e
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Verplichte overdracht van de portefeuille van de verzekeraar vindt slechts plaats nadat de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar zijn woonplaats heeft op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer daartoe aan haar machtiging heeft verleend.
2. De rechtbank verleent de machtiging, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de portefeuille van de verzekeraar nog levensvatbaar is.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift tot machtiging aan de verzekeraar.
4. De rechtbank behandelt het verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot machtiging met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken. De uitspraak wordt niet in het openbaar gedaan.
5. De rechtbank kan inzage nemen of doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van de verzekeraar. Artikel 57 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
6. De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen.
7. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
8. De rechtbank kan op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer de machtiging intrekken.
9. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van de verlening van de machtiging mededeling aan de betrokken verzekeraar en de opvanginstelling.
10. Tegen de beschikking staat geen hoger beroep open.
11. Beroep in cassatie tegen de beschikking wordt ingesteld binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak van de rechtbank. De behandeling heeft in raadkamer plaats en geschiedt met de grootste spoed. De uitspraak wordt niet in het openbaar gedaan.
2. De rechtbank verleent de machtiging, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de portefeuille van de verzekeraar nog levensvatbaar is.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift tot machtiging aan de verzekeraar.
4. De rechtbank behandelt het verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot machtiging met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken. De uitspraak wordt niet in het openbaar gedaan.
5. De rechtbank kan inzage nemen of doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van de verzekeraar. Artikel 57 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
6. De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen.
7. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
8. De rechtbank kan op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer de machtiging intrekken.
9. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van de verlening van de machtiging mededeling aan de betrokken verzekeraar en de opvanginstelling.
10. Tegen de beschikking staat geen hoger beroep open.
11. Beroep in cassatie tegen de beschikking wordt ingesteld binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak van de rechtbank. De behandeling heeft in raadkamer plaats en geschiedt met de grootste spoed. De uitspraak wordt niet in het openbaar gedaan.