BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 186
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De verzekeraars en de verzekeraars, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007477/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf</a>dragen, volgens bij ministeriële regeling, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, te stellen regels, de kosten van de Pensioen- & Verzekeringskamer, verbonden aan de uitvoering van deze wet en van de <a href="/wet/BWBR0007477" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf</a>. De Pensioen- & Verzekeringskamer legt de in de eerste volzin bedoelde verzekeraars hiertoe jaarlijks een aanslag op.
2. De kosten en beloning van door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen als bedoeld in artikel 54, derde lid, onderdeel a, en de kosten van publikaties, bedoeld in artikel 54, derde lid, onderdeel b, en negende lid, komen ten laste van de betrokken verzekeraar, die daartoe van de Pensioen- & Verzekeringskamer een aanslag ontvangt.
3. De verzekeraar voldoet het bedrag van de aanslag binnen een door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen termijn.
4. Ingeval de verzekeraar niet aan het derde lid voldoet, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer een dwangbevel uitvaardigen, dat wordt executoir verklaard door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd en dan een executoriale titel oplevert, die met toepassing van de voorschriften van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>kan worden tenuitvoergelegd.
2. De kosten en beloning van door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen als bedoeld in artikel 54, derde lid, onderdeel a, en de kosten van publikaties, bedoeld in artikel 54, derde lid, onderdeel b, en negende lid, komen ten laste van de betrokken verzekeraar, die daartoe van de Pensioen- & Verzekeringskamer een aanslag ontvangt.
3. De verzekeraar voldoet het bedrag van de aanslag binnen een door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen termijn.
4. Ingeval de verzekeraar niet aan het derde lid voldoet, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer een dwangbevel uitvaardigen, dat wordt executoir verklaard door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd en dan een executoriale titel oplevert, die met toepassing van de voorschriften van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>kan worden tenuitvoergelegd.