BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 109
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Een schadeverzekeraar mag geen diensten verrichten naar Nederland in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen:
a. zonder te zijn aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. zonder zijn verplichtingen jegens het Waarborgfonds Motorverkeer na te komen uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
c. zonder zijn verplichtingen na te komen tot kennisgeving uit hoofde van artikel 13, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen jegens het overheidsorgaan aldaar bedoeld;
d. zonder dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen; en
e. zonder dat hij een natuurlijk persoon of een rechtspersoon als schade-afhandelaar heeft aangesteld die zijn woonplaats in Nederland heeft en die belast wordt met het namens hem afwikkelen van vorderingen van benadeelden als bedoeld in artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
2. Indien de schade-afhandelaar een natuurlijk persoon is die een kantoor houdt, wordt dit kantoor als zijn woonplaats aangemerkt.
3. De schade-afhandelaar dient over voldoende bevoegdheden te beschikken om de verzekeraar, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De schade-afhandelaar houdt zich namens de verzekeraar niet bezig met de uitoefening van het verzekeringsbedrijf.
4. Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de verzekeraar aan de Pensioen- & Verzekeringskamer de akte van aanstelling van de schade-afhandelaar over, waaruit diens naam, adres en bevoegdheden blijken.
5. Ontslag van de schade-afhandelaar is niet geldig tenzij het gepaard gaat met de aanstelling van een opvolger. Het ontslag gaat niet in voordat de akten van ontslag en van aanstelling van de opvolger aan de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn overgelegd en zij aan het bestuur van de verzekeraar heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bedenkingen heeft.
6. De schade-afhandelaar die heeft bedankt, behoudt zijn hoedanigheid totdat hij van zijn bedanken kennis heeft gegeven aan de Pensioen- & Verzekeringskamer en zij aan het bestuur van de verzekeraar heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bedenkingen heeft.
7. Van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling van de schade-afhandelaar geeft de verzekeraar binnen twee weken aan de Pensioen- & Verzekeringskamer kennis, onder overlegging van de akte van aanstelling van de opvolger van de schade-afhandelaar met ingang van de dag van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling.
8. De verzekeraar legt iedere wijziging in de akte van aanstelling binnen twee weken na de totstandkoming van de desbetreffende wijziging aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over. De verzekeraar stelt de verzekeringnemer binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres van de schade-afhandelaar.
9. Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de verzekeraar aan de Pensioen- & Verzekeringskamer een door hem ondertekende verklaring over dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigengestelde eisen.
10. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen aan een verzekeraar die geen aansprakelijkheden dekt ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenvan toepassing is en die de risico’s van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitsluitend als bijkomende risico’s dekt. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kan worden ingetrokken.
a. zonder te zijn aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. zonder zijn verplichtingen jegens het Waarborgfonds Motorverkeer na te komen uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
c. zonder zijn verplichtingen na te komen tot kennisgeving uit hoofde van artikel 13, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen jegens het overheidsorgaan aldaar bedoeld;
d. zonder dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen; en
e. zonder dat hij een natuurlijk persoon of een rechtspersoon als schade-afhandelaar heeft aangesteld die zijn woonplaats in Nederland heeft en die belast wordt met het namens hem afwikkelen van vorderingen van benadeelden als bedoeld in artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
2. Indien de schade-afhandelaar een natuurlijk persoon is die een kantoor houdt, wordt dit kantoor als zijn woonplaats aangemerkt.
3. De schade-afhandelaar dient over voldoende bevoegdheden te beschikken om de verzekeraar, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De schade-afhandelaar houdt zich namens de verzekeraar niet bezig met de uitoefening van het verzekeringsbedrijf.
4. Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de verzekeraar aan de Pensioen- & Verzekeringskamer de akte van aanstelling van de schade-afhandelaar over, waaruit diens naam, adres en bevoegdheden blijken.
5. Ontslag van de schade-afhandelaar is niet geldig tenzij het gepaard gaat met de aanstelling van een opvolger. Het ontslag gaat niet in voordat de akten van ontslag en van aanstelling van de opvolger aan de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn overgelegd en zij aan het bestuur van de verzekeraar heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bedenkingen heeft.
6. De schade-afhandelaar die heeft bedankt, behoudt zijn hoedanigheid totdat hij van zijn bedanken kennis heeft gegeven aan de Pensioen- & Verzekeringskamer en zij aan het bestuur van de verzekeraar heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bedenkingen heeft.
7. Van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling van de schade-afhandelaar geeft de verzekeraar binnen twee weken aan de Pensioen- & Verzekeringskamer kennis, onder overlegging van de akte van aanstelling van de opvolger van de schade-afhandelaar met ingang van de dag van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling.
8. De verzekeraar legt iedere wijziging in de akte van aanstelling binnen twee weken na de totstandkoming van de desbetreffende wijziging aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over. De verzekeraar stelt de verzekeringnemer binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres van de schade-afhandelaar.
9. Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de verzekeraar aan de Pensioen- & Verzekeringskamer een door hem ondertekende verklaring over dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigengestelde eisen.
10. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen aan een verzekeraar die geen aansprakelijkheden dekt ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenvan toepassing is en die de risico’s van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitsluitend als bijkomende risico’s dekt. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kan worden ingetrokken.