BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 147
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Indien de toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat de Pensioen- & Verzekeringskamer ervan in kennis heeft gesteld dat een verzekeraar bij het verrichten van diensten naar die lid-staat vanuit Nederland inbreuk maakt op aldaar geldende voorschriften, maakt de verzekeraar op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer aan deze inbreuk een einde.
2. Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer op dat verzoek niet binnen de door haar gestelde termijn een bevredigend antwoord heeft ontvangen of indien naar haar oordeel niet of onvoldoende gevolg is gegeven aan haar verzoek, kan zij aan de verzekeraar voorschriften of een verbod opleggen ter zake van het verrichten van diensten naar de in het eerste lid bedoelde lid-staat, onverminderd de overige bevoegdheden van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
3. Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften of het verbod, opgelegd ingevolge het tweede lid.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de in het eerste lid bedoelde toezichthoudende autoriteit in kennis van de door haar genomen maatregelen.
2. Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer op dat verzoek niet binnen de door haar gestelde termijn een bevredigend antwoord heeft ontvangen of indien naar haar oordeel niet of onvoldoende gevolg is gegeven aan haar verzoek, kan zij aan de verzekeraar voorschriften of een verbod opleggen ter zake van het verrichten van diensten naar de in het eerste lid bedoelde lid-staat, onverminderd de overige bevoegdheden van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
3. Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften of het verbod, opgelegd ingevolge het tweede lid.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de in het eerste lid bedoelde toezichthoudende autoriteit in kennis van de door haar genomen maatregelen.