BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 176
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Op een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, wordt beslist door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer.
2. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend, kan de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van de gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een deelneming in een verzekeraar, kan op verzoek van de aanvrager worden bepaald dat de verleende verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk, onverminderd <a href="/wet/BWBR0005792/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van de Wet toezicht kredietwezen 1992</a>.
3. De aanvraag wordt ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze Minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze Minister beslist.
4. Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist.
5. De verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
6. Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de <em>Staatscourant</em>, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
7. Een verklaring van geen bezwaar kan door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer worden gewijzigd of ingetrokken:
a. op aanvraag van de houder;
b. indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
c. indien niet alsnog binnen de termijn als bedoeld in artikel 175, zesde lid, aan alle bij de verklaring van geen bezwaar gestelde voorschriften wordt voldaan.
8. Indien zich met betrekking tot een verleende verklaring van geen bezwaar omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke:
a. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot strijd met het belang leiden of zouden kunnen leiden van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar onderscheidenlijk tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar
b. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar;
c. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of
d. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector;
en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, een verklaring van geen bezwaar zou zijn geweigerd dan wel de verklaring van geen bezwaar onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, kan Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen of nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken.
9. De wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
10. Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege.
11. Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de <em>Staatscourant</em>, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
2. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend, kan de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van de gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een deelneming in een verzekeraar, kan op verzoek van de aanvrager worden bepaald dat de verleende verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk, onverminderd <a href="/wet/BWBR0005792/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van de Wet toezicht kredietwezen 1992</a>.
3. De aanvraag wordt ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze Minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze Minister beslist.
4. Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist.
5. De verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
6. Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de <em>Staatscourant</em>, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.
7. Een verklaring van geen bezwaar kan door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer worden gewijzigd of ingetrokken:
a. op aanvraag van de houder;
b. indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
c. indien niet alsnog binnen de termijn als bedoeld in artikel 175, zesde lid, aan alle bij de verklaring van geen bezwaar gestelde voorschriften wordt voldaan.
8. Indien zich met betrekking tot een verleende verklaring van geen bezwaar omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke:
a. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot strijd met het belang leiden of zouden kunnen leiden van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar onderscheidenlijk tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar
b. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar;
c. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of
d. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector;
en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, een verklaring van geen bezwaar zou zijn geweigerd dan wel de verklaring van geen bezwaar onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, kan Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen of nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken.
9. De wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 175, eerste lid, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt.
10. Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege.
11. Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de <em>Staatscourant</em>, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden.