BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 125
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De toestemming verleend door de toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat dan Nederland aan een verzekeraar met zetel in die lid-staat tot overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens een of meer overeenkomsten van schadeverzekering in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een bijkantoor in Nederland dan wel in het kader van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in de Unie, treedt in de plaats van de medewerking of de toestemming van degenen die aan die overeenkomsten rechten kunnen ontlenen.
2. De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen overeenkomstig het eerste lid heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in de Staatscouranten op andere door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. De inhoud van deze publikaties behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
3. De overdracht wordt ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht op het volgens het recht van de betrokken lid-staat te bepalen tijdstip, dan wel, bij gebreke van een regeling in die lid-staat, met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourantwaarin de publikatie is geplaatst.
4. De bij een overdracht betrokken verzekeringnemers kunnen de overeenkomst van schadeverzekering volgens de door het recht van de betrokken lid-staat bepaalde wijze opzeggen. Bij gebreke van een regeling in die lid-staat is artikel 123, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
5. Indien bij de overdracht het lidmaatschap van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland is verkregen, eindigt in geval van opzegging overeenkomstig het vierde lid dit lidmaatschap en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid voor een tekort van rechtswege eveneens volgens de door het recht van de betrokken lid-staat bepaalde wijze, dan wel, bij gebreke van een regeling in die lid-staat, met ingang van de dag na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 123, vierde lid.
2. De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen overeenkomstig het eerste lid heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in de Staatscouranten op andere door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. De inhoud van deze publikaties behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
3. De overdracht wordt ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht op het volgens het recht van de betrokken lid-staat te bepalen tijdstip, dan wel, bij gebreke van een regeling in die lid-staat, met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourantwaarin de publikatie is geplaatst.
4. De bij een overdracht betrokken verzekeringnemers kunnen de overeenkomst van schadeverzekering volgens de door het recht van de betrokken lid-staat bepaalde wijze opzeggen. Bij gebreke van een regeling in die lid-staat is artikel 123, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
5. Indien bij de overdracht het lidmaatschap van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland is verkregen, eindigt in geval van opzegging overeenkomstig het vierde lid dit lidmaatschap en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid voor een tekort van rechtswege eveneens volgens de door het recht van de betrokken lid-staat bepaalde wijze, dan wel, bij gebreke van een regeling in die lid-staat, met ingang van de dag na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 123, vierde lid.