BWBR0001841
Geldig vanaf 1850-09-02
Artikel 17
Wet op de Parlementaire Enquête
1. De rechtbank van het arrondissement kan de gijzeling van de weigerachtige getuige of deskundige gelasten. Deze gijzeling wordt voor een tijdvak van zes maanden uitgesproken, doch houdt op wanneer de getuige of deskundige vroeger aan zijn verplichting mocht hebben voldaan.
2. Op de vordering der commissie, gelast de voorzieningenrechter van de rechtbank de dadelijke gijzeling van de weigerachtige getuige of deskundige, die inmiddels tot aan de uitspraak van de voorzieningenrechter, op last der commissie, binnen het lokaal, waar zij vergadert, in bewaring kan worden gehouden; indien de weigerachtige getuige of deskundige, die op last van de commissie in bewaring wordt gehouden, om zijn invrijheidstelling verzoekt, wordt hij binnen vierentwintig uren door de voorzieningenrechter van de rechtbank gehoord; het door de voorzieningenrechter af te geven bevel vermeldt de gedane vordering, benoemt de deurwaarder met de overbrenging belast, en wijst de plaats der voorlopige gijzeling aan.
3. Van de in-gijzeling-stelling wordt een akte opgemaakt, waarin het bevel tot gijzeling wordt aangehaald en waarvan onmiddellijk een afschrift aan de gegijzelde wordt overhandigd.
4. Deze voorlopige gijzeling houdt op bij de voldoening aan de vroeger geweigerde verplichting, en vervalt van rechtswege, indien de bekrachtiging daarvan niet binnen acht dagen bij de rechter is gevraagd.
5. De bij vonnis bevolen of bekrachtigde gijzeling is uitvoerbaar, niettegenstaande verzet of hoger beroep.
2. Op de vordering der commissie, gelast de voorzieningenrechter van de rechtbank de dadelijke gijzeling van de weigerachtige getuige of deskundige, die inmiddels tot aan de uitspraak van de voorzieningenrechter, op last der commissie, binnen het lokaal, waar zij vergadert, in bewaring kan worden gehouden; indien de weigerachtige getuige of deskundige, die op last van de commissie in bewaring wordt gehouden, om zijn invrijheidstelling verzoekt, wordt hij binnen vierentwintig uren door de voorzieningenrechter van de rechtbank gehoord; het door de voorzieningenrechter af te geven bevel vermeldt de gedane vordering, benoemt de deurwaarder met de overbrenging belast, en wijst de plaats der voorlopige gijzeling aan.
3. Van de in-gijzeling-stelling wordt een akte opgemaakt, waarin het bevel tot gijzeling wordt aangehaald en waarvan onmiddellijk een afschrift aan de gegijzelde wordt overhandigd.
4. Deze voorlopige gijzeling houdt op bij de voldoening aan de vroeger geweigerde verplichting, en vervalt van rechtswege, indien de bekrachtiging daarvan niet binnen acht dagen bij de rechter is gevraagd.
5. De bij vonnis bevolen of bekrachtigde gijzeling is uitvoerbaar, niettegenstaande verzet of hoger beroep.