BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 165
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De rechtbank kan tegelijk met de in artikel 156, derde lid, bedoelde machtigingen of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot een of meer van de volgende handelingen:
a. wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, van die overeenkomsten;
b. verkorting van de duur van overeenkomsten van verzekering.
2. Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel <em>a</em>, die op overeenkomsten van levensverzekering betrekking hebben, kunnen niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd.
3. Ten aanzien van de bijzondere machtiging is artikel 156, vierde en vijfde lid, negende tot en met elfde lid, twaalfde lid, eerste volzin, veertiende, vijftiende en achttiende lid, van overeenkomstige toepassing.
4. Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 156, derde lid, bedoelde machtigingen heeft plaatsgevonden, doen de bewindvoerders van deze overdracht en, zo handelingen door hen zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, van deze handelingen mededeling in de Staatscourant, in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen dagbladen en in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.
5. De overdracht en de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel <em>a</em>, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de <em>Staatscourant</em>waarin de publikatie is geplaatst. Op de overdracht zijn de artikelen 121, eerste tot en met derde en vijfde lid, 122, eerste en tweede lid, 123, 129, eerste tot en met derde, vijfde tot en met zevende lid, 130, eerste, tweede en achtste lid, en 131niet van toepassing.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van de overdracht en de handelingen kennis aan de in artikel 156, tiende lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
7. Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, laten onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 163azijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid.
a. wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, van die overeenkomsten;
b. verkorting van de duur van overeenkomsten van verzekering.
2. Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel <em>a</em>, die op overeenkomsten van levensverzekering betrekking hebben, kunnen niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd.
3. Ten aanzien van de bijzondere machtiging is artikel 156, vierde en vijfde lid, negende tot en met elfde lid, twaalfde lid, eerste volzin, veertiende, vijftiende en achttiende lid, van overeenkomstige toepassing.
4. Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 156, derde lid, bedoelde machtigingen heeft plaatsgevonden, doen de bewindvoerders van deze overdracht en, zo handelingen door hen zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, van deze handelingen mededeling in de Staatscourant, in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen dagbladen en in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.
5. De overdracht en de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel <em>a</em>, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de <em>Staatscourant</em>waarin de publikatie is geplaatst. Op de overdracht zijn de artikelen 121, eerste tot en met derde en vijfde lid, 122, eerste en tweede lid, 123, 129, eerste tot en met derde, vijfde tot en met zevende lid, 130, eerste, tweede en achtste lid, en 131niet van toepassing.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van de overdracht en de handelingen kennis aan de in artikel 156, tiende lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
7. Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, laten onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 163azijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid.