BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 188d
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.
2. De bijlagebepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete.
3. De bijlagekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
4. Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlageis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
5. Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 19, 20, 42, eerste lid, onderdeel e, 51, eerste lid, 55a, 66, vierde en vijfde lid, eerste volzin, 66, zevende en achtste lid, 68, eerste, tweede, vierde lid, eerste volzin en zesde lid, 70a, tweede lid, 72, vijfde lid, 98a, tweede lid, 94, vierde en vijfde lid, eerste volzin, 94, achtste en negende lid, 100, vijfde lid, en 187, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlagebehorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. Ten aanzien van ministeriële regelingen, bedoeld in de artikelen 25, tweede liden 147k, negende lid, “lid,,” moet zijn ‘lid,’.is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.
2. De bijlagebepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete.
3. De bijlagekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
4. Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlageis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
5. Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 19, 20, 42, eerste lid, onderdeel e, 51, eerste lid, 55a, 66, vierde en vijfde lid, eerste volzin, 66, zevende en achtste lid, 68, eerste, tweede, vierde lid, eerste volzin en zesde lid, 70a, tweede lid, 72, vijfde lid, 98a, tweede lid, 94, vierde en vijfde lid, eerste volzin, 94, achtste en negende lid, 100, vijfde lid, en 187, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlagebehorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. Ten aanzien van ministeriële regelingen, bedoeld in de artikelen 25, tweede liden 147k, negende lid, “lid,,” moet zijn ‘lid,’.is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.