BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 68
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Een verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over een minimum bedrag aan solvabiliteitsmarge dat wordt berekend op de wijze, voorgeschreven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De berekening van de solvabiliteitsmarge kan voor onderscheiden categorieën van verzekeraars verschillend zijn.
2. Een derde gedeelte van de overeenkomstig het eerste lid berekende solvabiliteitsmarge vormt het garantiefonds. Het garantiefonds beloopt evenwel ten minste een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van de branche of branches waarvoor de verzekeraar een vergunning bezit.
3. In afwijking van het eerste lid beloopt de solvabiliteitsmarge ten minste het voor de verzekeraar geldende minimum bedrag van het garantiefonds.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge en het garantiefonds kunnen vormen en welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen. Voorts wordt vermeld de mate waarin en de voorwaarden waaronder het in de eerste volzin bepaalde geschiedt. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bedenkingen naar voren brengen, aan welke bedenkingen de verzekeraar tegemoet dient te komen.
5. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste of derde lid zijn gesteld, of dat zijn solvabiliteitsmarge niet of niet meer voldoet aan het door de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van artikel 137a, tweede lid, hoger voorgeschreven minimum bedrag aan vereiste solvabiliteitsmarge doet hij hiervan terstond aan de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat en in hoeverre vorderingen op herverzekeraars als de vermogensbestanddelen, bedoeld in het vierde lid, in aanmerking kunnen worden genomen.
2. Een derde gedeelte van de overeenkomstig het eerste lid berekende solvabiliteitsmarge vormt het garantiefonds. Het garantiefonds beloopt evenwel ten minste een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van de branche of branches waarvoor de verzekeraar een vergunning bezit.
3. In afwijking van het eerste lid beloopt de solvabiliteitsmarge ten minste het voor de verzekeraar geldende minimum bedrag van het garantiefonds.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge en het garantiefonds kunnen vormen en welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen. Voorts wordt vermeld de mate waarin en de voorwaarden waaronder het in de eerste volzin bepaalde geschiedt. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bedenkingen naar voren brengen, aan welke bedenkingen de verzekeraar tegemoet dient te komen.
5. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste of derde lid zijn gesteld, of dat zijn solvabiliteitsmarge niet of niet meer voldoet aan het door de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van artikel 137a, tweede lid, hoger voorgeschreven minimum bedrag aan vereiste solvabiliteitsmarge doet hij hiervan terstond aan de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat en in hoeverre vorderingen op herverzekeraars als de vermogensbestanddelen, bedoeld in het vierde lid, in aanmerking kunnen worden genomen.