BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 131
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer tegen het ontwerp aanvankelijk geen bedenkingen heeft of nadat aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, doet de verzekeraar van zijn voornemen tot overdracht van rechten en verplichtingen mededeling in de <em>Staatscourant</em>en op andere door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. Daarbij wordt mededeling gedaan van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer vast te stellen termijn, binnen welke de betrokken polishouders zich bij de Pensioen- & Verzekeringskamer schriftelijk tegen de overdracht kunnen verzetten.
2. Indien polishouders, vertegenwoordigende een vierde of meer van het betrokken verzekerd bedrag, zich binnen de gestelde termijn tegen de overdracht hebben verzet, kan een overdracht niet volgen, ook niet ten aanzien van hen die zich tegen de overdracht niet hebben verzet. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt dit aan de verzekeraar bekend.
3. Heeft de Pensioen- & Verzekeringskamer alsnog bedenkingen tegen de overdracht, dan maakt zij deze bedenkingen na afloop van de gestelde termijn aan de verzekeraar bekend.
4. Indien zich niet binnen de gestelde termijn polishouders, vertegenwoordigende een vierde of meer van het betrokken verzekerd bedrag, tegen de overdracht hebben verzet en tegen de overdracht ook bij de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen bestaan of aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer de verzekeraar toestemming tot de overdracht. De overdracht kan dan volgen en is van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden.
5. De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in de <em>Staatscourant</em>met vermelding van de datum waarop zij is geschied. Voor zover in de overdracht overeenkomsten zijn betrokken die in dienstverrichting naar een andere lid-staat zijn gesloten, doet de verzekeraar van de overdracht tevens mededeling in die lid-staat. De inhoud van deze publikaties behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
6. Op een verzekeringnemer die lid is van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten de Unie is artikel 123, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
7. In dit artikel wordt onder verzekerd bedrag verstaan het verzekerd kapitaal, vermeerderd met tienmaal de verzekerde jaarlijkse renten.
8. Voor de toepassing van het eerste, tweede of vierde lid wordt onder polishouder verstaan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger, doch indien een uitkering uit de verzekering opeisbaar is, de tot uitkering gerechtigde. Indien de verzekeringnemer bij een overeenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002089/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2</a>, vierde lid, onderdeel B, of <a href="/wet/BWBR0002089/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de Pensioen- en spaarfondsenwet</a>ontbreekt, wordt onder polishouder verstaan degene die wegens het verbreken van de band met de onderneming van zijn werkgever een premievrije aanspraak op uitkeringen heeft verkregen.
2. Indien polishouders, vertegenwoordigende een vierde of meer van het betrokken verzekerd bedrag, zich binnen de gestelde termijn tegen de overdracht hebben verzet, kan een overdracht niet volgen, ook niet ten aanzien van hen die zich tegen de overdracht niet hebben verzet. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt dit aan de verzekeraar bekend.
3. Heeft de Pensioen- & Verzekeringskamer alsnog bedenkingen tegen de overdracht, dan maakt zij deze bedenkingen na afloop van de gestelde termijn aan de verzekeraar bekend.
4. Indien zich niet binnen de gestelde termijn polishouders, vertegenwoordigende een vierde of meer van het betrokken verzekerd bedrag, tegen de overdracht hebben verzet en tegen de overdracht ook bij de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen bestaan of aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer de verzekeraar toestemming tot de overdracht. De overdracht kan dan volgen en is van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden.
5. De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in de <em>Staatscourant</em>met vermelding van de datum waarop zij is geschied. Voor zover in de overdracht overeenkomsten zijn betrokken die in dienstverrichting naar een andere lid-staat zijn gesloten, doet de verzekeraar van de overdracht tevens mededeling in die lid-staat. De inhoud van deze publikaties behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
6. Op een verzekeringnemer die lid is van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten de Unie is artikel 123, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
7. In dit artikel wordt onder verzekerd bedrag verstaan het verzekerd kapitaal, vermeerderd met tienmaal de verzekerde jaarlijkse renten.
8. Voor de toepassing van het eerste, tweede of vierde lid wordt onder polishouder verstaan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger, doch indien een uitkering uit de verzekering opeisbaar is, de tot uitkering gerechtigde. Indien de verzekeringnemer bij een overeenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002089/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2</a>, vierde lid, onderdeel B, of <a href="/wet/BWBR0002089/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de Pensioen- en spaarfondsenwet</a>ontbreekt, wordt onder polishouder verstaan degene die wegens het verbreken van de band met de onderneming van zijn werkgever een premievrije aanspraak op uitkeringen heeft verkregen.