BWBR0032626
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 3.10
Regeling diergeneesmiddelen
1. Vrijstelling wordt verleend van het verbod, gesteld in artikel 2.25, eerste lid, van de wetvoor het afleveren van diergeneesmiddelen aan een instelling die een ontheffing heeft als bedoeld in artikel 3.22, derde lid, van het besluitvoor het bezit van een substantie als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het besluitin samenhang met artikel 2.11, onderdelen b en c, of het bezit van een substantie als bedoeld in artikel 2.12zonder aan de voorwaarden te voldoen die zijn gesteld krachtens een in dat artikel bedoelde EU-rechtshandeling.
2. In afwijking van het eerste lid is het uitsluitend toegestaan aan de in bijlage 3genoemde instellingen voor gebruik voor wetenschappelijke doeleinden als bedoeld in artikel 2.23, derde lid, van de wetalle ziekteverwekkers voorhanden of in voorraad te hebben.
2. In afwijking van het eerste lid is het uitsluitend toegestaan aan de in bijlage 3genoemde instellingen voor gebruik voor wetenschappelijke doeleinden als bedoeld in artikel 2.23, derde lid, van de wetalle ziekteverwekkers voorhanden of in voorraad te hebben.