BWBR0032626
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 9.5
Regeling diergeneesmiddelen
Ingeval het diergeneesmiddel is bedoeld om uitsluitend te worden toegepast bij andere dan voor de productie van levensmiddelen bestemde dieren, bedragen de kosten, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, in samenhang met 2.19, eerste lid, van de wetvoor de behandeling van een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel uitsluitend voor dieren die niet voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd:
a. € 14.378 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.17, eerste lid, 2.18, tweede lid, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
b. € 24.133 voor een aanvraag als bedoeld artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.17, eerste lid, 2.18, tweede lid, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
c. € 5.707 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit in voorkomend geval, in samenhang met 2.18, tweede lid, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
d. € 8.959 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.18, tweede lid, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
e. € 2.456 voor een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van een homeopathisch diergeneesmiddel, indien de aanvraag betrekking heeft op een diergeneesmiddel voor gezelschapsdieren of exotische dieren die niet zijn bestemd voor de productie van levensmiddelen als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, aanhef, van het besluit;
f. € 1.200 voor een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van een homeopathisch diergeneesmiddel, voorzover de behandeling van de aanvraag plaatsvindt overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit, artikel 3.1, derde en vierde lid, of artikel 3.2, tweede lid;
g. € 11.127 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met 2.4, eerste lid, en, in voorkomend geval, 2.17, eerste lid, 3.7, 3.8, 3.10, en 3.11 van het besluit, waarbij Nederland wordt verzocht als referentielidstaat op te treden, indien de aanvraag die aan de eerder verstrekte vergunning is voorafgegaan aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit was niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 was niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit was niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 was niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
h. € 3.163 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met 2.4, eerste lid, van het besluit, waarbij Nederland wordt verzocht als referentielidstaat op te treden, indien de aanvraag die aan de eerder verstrekte vergunning is voorafgegaan aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat de eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat de eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
i. € 8.626 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.17, eerste lid, 2.18, tweede lid, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
j. € 3.623 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.18, tweede lid, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
k. € 4.480 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met 2.4, eerste lid, van het besluit, indien voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: 1°. Nederland is referentielidstaat;
2°. de aanvraag heeft betrekking op een diergeneesmiddel waarvoor reeds eerder met toepassing van op grond van artikel 2.4, tweede lid, van het besluit een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt;
3°. met de aanvraag wordt beoogd een eerder verstrekte vergunning als bedoeld in onderdeel 2°, uit te breiden naar andere EER-lidstaten;
4°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
1°. Nederland is referentielidstaat;
2°. de aanvraag heeft betrekking op een diergeneesmiddel waarvoor reeds eerder met toepassing van op grond van artikel 2.4, tweede lid, van het besluit een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt;
3°. met de aanvraag wordt beoogd een eerder verstrekte vergunning als bedoeld in onderdeel 2°, uit te breiden naar andere EER-lidstaten;
4°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
l. € 1.344 voor een aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, met uitzondering van paragraaf 5, van het besluit, indien artikel 3.12 van het besluit van toepassing is.
a. € 14.378 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.17, eerste lid, 2.18, tweede lid, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
b. € 24.133 voor een aanvraag als bedoeld artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.17, eerste lid, 2.18, tweede lid, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet ingegaan voor het diergeneesmiddel of verstreken voor de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
c. € 5.707 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit in voorkomend geval, in samenhang met 2.18, tweede lid, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt niet plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
d. € 8.959 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.18, tweede lid, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland referentielidstaat is;
e. € 2.456 voor een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van een homeopathisch diergeneesmiddel, indien de aanvraag betrekking heeft op een diergeneesmiddel voor gezelschapsdieren of exotische dieren die niet zijn bestemd voor de productie van levensmiddelen als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, aanhef, van het besluit;
f. € 1.200 voor een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van een homeopathisch diergeneesmiddel, voorzover de behandeling van de aanvraag plaatsvindt overeenkomstig artikel 3.4 van het besluit, artikel 3.1, derde en vierde lid, of artikel 3.2, tweede lid;
g. € 11.127 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met 2.4, eerste lid, en, in voorkomend geval, 2.17, eerste lid, 3.7, 3.8, 3.10, en 3.11 van het besluit, waarbij Nederland wordt verzocht als referentielidstaat op te treden, indien de aanvraag die aan de eerder verstrekte vergunning is voorafgegaan aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit was niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 was niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit was niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 was niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
h. € 3.163 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met 2.4, eerste lid, van het besluit, waarbij Nederland wordt verzocht als referentielidstaat op te treden, indien de aanvraag die aan de eerder verstrekte vergunning is voorafgegaan aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat de eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit was niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag heeft niet plaatsgevonden overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit;
4°. uit de aanvraag blijkt niet dat de eerder verstrekte vergunning mede was bestemd om te worden erkend in een volgende EER-lidstaat, als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het besluit;
i. € 8.626 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.17, eerste lid, 2.18, tweede lid, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is niet verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft of artikel 3.6 is niet van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
j. € 3.623 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in voorkomend geval, in samenhang met 2.18, tweede lid, van het besluit, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: 1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
1°. de termijn bedoeld in artikel 3.9 van het besluit is verstreken voor het diergeneesmiddel en de diersoorten waarop de aanvraag betrekking heeft en artikel 3.6 is van toepassing;
2°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
3°. de behandeling van de aanvraag vindt plaats overeenkomstig artikel 2.4, tweede lid, van het besluit, waarbij Nederland geen referentielidstaat is;
k. € 4.480 voor een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met 2.4, eerste lid, van het besluit, indien voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: 1°. Nederland is referentielidstaat;
2°. de aanvraag heeft betrekking op een diergeneesmiddel waarvoor reeds eerder met toepassing van op grond van artikel 2.4, tweede lid, van het besluit een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt;
3°. met de aanvraag wordt beoogd een eerder verstrekte vergunning als bedoeld in onderdeel 2°, uit te breiden naar andere EER-lidstaten;
4°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
1°. Nederland is referentielidstaat;
2°. de aanvraag heeft betrekking op een diergeneesmiddel waarvoor reeds eerder met toepassing van op grond van artikel 2.4, tweede lid, van het besluit een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt;
3°. met de aanvraag wordt beoogd een eerder verstrekte vergunning als bedoeld in onderdeel 2°, uit te breiden naar andere EER-lidstaten;
4°. artikel 3.12 van het besluit is niet van toepassing;
l. € 1.344 voor een aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, met uitzondering van paragraaf 5, van het besluit, indien artikel 3.12 van het besluit van toepassing is.