BWBR0032626
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 7.12
Regeling diergeneesmiddelen
1. Het recept voor de aflevering van een diervoeder met medicinale werking wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage A bij Richtlijn 90/167/EEG, wordt voorzien van de datum van dagtekening van het recept en bestaat uit een origineel en drie afschriften.
2. Het origineel en één afschrift van het recept zijn bestemd voor de houder van een vergunning voor vervaardiging of invoer, bedoeld in artikel 7.1, onderdeel a, van het besluit, van het voorgeschreven diervoeder met medicinale werking.
3. De overige twee afschriften van het recept zijn bestemd voor de dierenarts en de houder van dieren.
4. De houder van een vergunning voor vervaardiging of invoer, bedoeld in het tweede lid, overlegt het afschrift van het recept aan de houder van de dieren bij de aflevering van het voorgeschreven diervoeder met medicinale werking.
5. Een recept geeft slechts eenmalig recht op aflevering van het diervoeder met medicinale werking en behandeling van het betrokken dier met het voorgeschreven diervoeder met medicinale werking binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van het recept.
6. In het recept is de hoeveelheid af te leveren diervoeder met medicinale werking beperkt tot hetgeen noodzakelijk is om het met de behandeling beoogde doel te bereiken.
7. Bij het uitschrijven van het recept vergewist de dierenarts zich ervan dat het diervoeder met medicinale werking niet dezelfde antibiotica of dezelfde coccidiostatica als werkzame stof bevat als die welke zijn verwerkt in de diervoeders die gewoonlijk worden gebruikt voor het voederen van de betreffende dieren.
2. Het origineel en één afschrift van het recept zijn bestemd voor de houder van een vergunning voor vervaardiging of invoer, bedoeld in artikel 7.1, onderdeel a, van het besluit, van het voorgeschreven diervoeder met medicinale werking.
3. De overige twee afschriften van het recept zijn bestemd voor de dierenarts en de houder van dieren.
4. De houder van een vergunning voor vervaardiging of invoer, bedoeld in het tweede lid, overlegt het afschrift van het recept aan de houder van de dieren bij de aflevering van het voorgeschreven diervoeder met medicinale werking.
5. Een recept geeft slechts eenmalig recht op aflevering van het diervoeder met medicinale werking en behandeling van het betrokken dier met het voorgeschreven diervoeder met medicinale werking binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van het recept.
6. In het recept is de hoeveelheid af te leveren diervoeder met medicinale werking beperkt tot hetgeen noodzakelijk is om het met de behandeling beoogde doel te bereiken.
7. Bij het uitschrijven van het recept vergewist de dierenarts zich ervan dat het diervoeder met medicinale werking niet dezelfde antibiotica of dezelfde coccidiostatica als werkzame stof bevat als die welke zijn verwerkt in de diervoeders die gewoonlijk worden gebruikt voor het voederen van de betreffende dieren.