BWBR0032386
Geldig vanaf 2021-03-24
Artikel 4.1
Besluit diergeneesmiddelen
1. Een aanvraag van een vergunning voor:
a. vervaardiging van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, waaronder een substantie die een werkzame stof bevat die bij een dier kan worden toegepast als bedoeld in artikel 1.1, onder het begrip «diergeneesmiddel», onderdeel 2°, van de wet, of
b. het bezit van een diergeneesmiddel of substantie als bedoeld in onderdeel a, met anabole, anti-infectieuze, anti-parasitaire, anti-inflammatoire, hormonale of psychotrope eigenschappen,
wordt ingediend bij Onze Minister.
2. Bij ministeriële regeling worden gevallen aangewezen waarin een verdeler van een substantie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kan volstaan met een melding.
a. vervaardiging van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, waaronder een substantie die een werkzame stof bevat die bij een dier kan worden toegepast als bedoeld in artikel 1.1, onder het begrip «diergeneesmiddel», onderdeel 2°, van de wet, of
b. het bezit van een diergeneesmiddel of substantie als bedoeld in onderdeel a, met anabole, anti-infectieuze, anti-parasitaire, anti-inflammatoire, hormonale of psychotrope eigenschappen,
wordt ingediend bij Onze Minister.
2. Bij ministeriële regeling worden gevallen aangewezen waarin een verdeler van een substantie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kan volstaan met een melding.