BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.6.6
Regeling bemanning zeeschepen
1. Indien de afgifte van een geneeskundige verklaring zeevaart wordt geweigerd, deelt de keuringsarts dit aan de keurling mede onder vermelding van de reden of redenen tot afkeuring. De keuringsarts deelt tevens mede dat de keurling recht heeft op een herkeuring.
2. De keuringsarts overhandigt aan de keurling een exemplaar van de verklaring van medische ongeschiktheid en vermeldt daarop de reden of redenen tot afkeuring.
3. De weigering tot afgifte kan slechts geschieden indien de volledige keuring is uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 3.6.3en 3.6.4.
4. Van iedere afkeuring voor de zeevaart doet de keuringsarts onverwijld mededeling aan de Medisch Adviseur Scheepvaart door middel van een verklaring van medische ongeschiktheid, waarin de reden of redenen tot afkeuring zijn vermeld.
5. Indien de keuringsarts bij een onderzoek op grond van artikel 33, tweede lid, van de wetbemerkt dat de keurling tijdelijk dan wel blijvend ongeschikt is voor de zeevaart, handelt hij als beschreven in het eerste tot en met vijfde lid.
6. De keurling die een herkeuring wenst, richt zich daartoe tot een medisch scheidsrechter als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wetonder overlegging van diens exemplaar van het de verklaring van medische ongeschiktheid.
7. Het model voor de verklaring van medische ongeschiktheid is het model, opgenomen in bijlage 6.3 van de Binnenvaartregeling.
2. De keuringsarts overhandigt aan de keurling een exemplaar van de verklaring van medische ongeschiktheid en vermeldt daarop de reden of redenen tot afkeuring.
3. De weigering tot afgifte kan slechts geschieden indien de volledige keuring is uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 3.6.3en 3.6.4.
4. Van iedere afkeuring voor de zeevaart doet de keuringsarts onverwijld mededeling aan de Medisch Adviseur Scheepvaart door middel van een verklaring van medische ongeschiktheid, waarin de reden of redenen tot afkeuring zijn vermeld.
5. Indien de keuringsarts bij een onderzoek op grond van artikel 33, tweede lid, van de wetbemerkt dat de keurling tijdelijk dan wel blijvend ongeschikt is voor de zeevaart, handelt hij als beschreven in het eerste tot en met vijfde lid.
6. De keurling die een herkeuring wenst, richt zich daartoe tot een medisch scheidsrechter als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wetonder overlegging van diens exemplaar van het de verklaring van medische ongeschiktheid.
7. Het model voor de verklaring van medische ongeschiktheid is het model, opgenomen in bijlage 6.3 van de Binnenvaartregeling.