BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.5.18
Regeling bemanning zeeschepen
1. De minister kan, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers ontheffing verlenen van de artikelen 4.5.2 tot en met 4.5.15, indien deze afwijkingen voordelen meebrengen welke tot resultaat hebben dat de inrichting over het geheel genomen niet minder gunstig is dan die welke het gevolg zou zijn van volledige toepassing van deze paragraaf.
2. Voor een vissersschip dat voor 12 mei 1977 was afgebouwd, kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers, wanneer het vissersvaartuig wordt ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998of wanneer ingrijpende veranderingen in de bouw of grote reparaties aan het vissersvaartuig worden uitgevoerd volgens een tevoren ontworpen plan en niet ten gevolge van een ongeval of ramp, ontheffing verlenen om het vissersvaartuig te laten voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 4.5.2 tot en met 4.5.15, voor zover hij dit mogelijk acht, daarbij rekening houdende met alle praktische problemen welke zich bij de toepassing voordoen.
3. Was een vissersvaartuig voor 12 mei 1977 in aanbouw of werd het op of voor die datum verbouwd, dan kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers, ontheffingen verlenen, welke nodig zijn om het vissersvaartuig te laten voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 4.5.3 tot en met 4.5.15, voor zover hij dit mogelijk acht, daarbij rekening houdende met alle praktische problemen welke zich bij de toepassing voordoen.
4. De minister kan bij de toepassing van het derde of vierde lid bepalen binnen welke tijdsduur de voor te schrijven wijzigingen moeten zijn uitgevoerd.
2. Voor een vissersschip dat voor 12 mei 1977 was afgebouwd, kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers, wanneer het vissersvaartuig wordt ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998of wanneer ingrijpende veranderingen in de bouw of grote reparaties aan het vissersvaartuig worden uitgevoerd volgens een tevoren ontworpen plan en niet ten gevolge van een ongeval of ramp, ontheffing verlenen om het vissersvaartuig te laten voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 4.5.2 tot en met 4.5.15, voor zover hij dit mogelijk acht, daarbij rekening houdende met alle praktische problemen welke zich bij de toepassing voordoen.
3. Was een vissersvaartuig voor 12 mei 1977 in aanbouw of werd het op of voor die datum verbouwd, dan kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers, ontheffingen verlenen, welke nodig zijn om het vissersvaartuig te laten voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 4.5.3 tot en met 4.5.15, voor zover hij dit mogelijk acht, daarbij rekening houdende met alle praktische problemen welke zich bij de toepassing voordoen.
4. De minister kan bij de toepassing van het derde of vierde lid bepalen binnen welke tijdsduur de voor te schrijven wijzigingen moeten zijn uitgevoerd.