BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.5.3
Regeling bemanning zeeschepen
1. Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen, bedoeld in artikel 3.5.3, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code.
2. Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs van de herhalingstraining reddingmiddelen, bedoeld in artikel 3.5.3, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, vijfde lid, van de STCW-code.
3. Sectie A-VI/2, zesde lid, van de STCW-code is van toepassing op de herhalingstraining, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Ten aanzien van zeilschepen van minder dan 500 GT kan worden volstaan met het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen zeilschepen van minder dan 500 GT.
5. Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen zeilschepen van minder dan 500 GT, bedoeld in het vierde lid, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 9genoemde onderdelen beslaat.
2. Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs van de herhalingstraining reddingmiddelen, bedoeld in artikel 3.5.3, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, vijfde lid, van de STCW-code.
3. Sectie A-VI/2, zesde lid, van de STCW-code is van toepassing op de herhalingstraining, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Ten aanzien van zeilschepen van minder dan 500 GT kan worden volstaan met het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen zeilschepen van minder dan 500 GT.
5. Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen zeilschepen van minder dan 500 GT, bedoeld in het vierde lid, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 9genoemde onderdelen beslaat.