BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.1.17
Regeling bemanning zeeschepen
1. Voor een zeeschip van minder dan 3.000 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, ontheffing verlenen van norm A3.1, vijftiende lid, van het MLC-verdrag ten aanzien van kantoren.
2. Voor een zeeschip van minder dan 200 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en met inachtneming van de grootte van het zeeschip en het aantal opvarenden aan boord, ontheffing verlenen van norm A.3.1, dertiende lid, van het MLC-verdrag ten aanzien van wasvoorzieningen, indien de zeevarenden van het desbetreffende zeeschip aan de wal voldoende toegang hebben tot wasvoorzieningen.
2. Voor een zeeschip van minder dan 200 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en met inachtneming van de grootte van het zeeschip en het aantal opvarenden aan boord, ontheffing verlenen van norm A.3.1, dertiende lid, van het MLC-verdrag ten aanzien van wasvoorzieningen, indien de zeevarenden van het desbetreffende zeeschip aan de wal voldoende toegang hebben tot wasvoorzieningen.