BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 1.8
Regeling bemanning zeeschepen
Aan de scheepsbeheerder van een schelpdiervaartuig wordt vrijstelling verleend van de verplichting het schelpdiervaartuig te bemannen overeenkomstig de in artikel 2.2.1 van het besluitvoorgeschreven bemanningssamenstelling, uitsluitend de vaart betreffend over zee tussen het Waddengebied en de Oosterschelde, indien:
a. de bemanning bestaat uit ten minste een schipper en een plaatsvervangend schipper;
b. de opvarenden bij aanwezigheid op het dek een opblaasbare reddinggordel dragen die is voorzien van een persoonlijk noodradiobaken, en die voldoet aan het bepaalde in artikel 7.24 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 of die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet scheepsuitrusting 2016;
c. niet wordt gevist; en
d. de tijdspanne tussen binnenkomst in en vertrek uit het gebied door het schelpdiervaartuig ten minste 12 uren bedraagt.
a. de bemanning bestaat uit ten minste een schipper en een plaatsvervangend schipper;
b. de opvarenden bij aanwezigheid op het dek een opblaasbare reddinggordel dragen die is voorzien van een persoonlijk noodradiobaken, en die voldoet aan het bepaalde in artikel 7.24 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 of die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet scheepsuitrusting 2016;
c. niet wordt gevist; en
d. de tijdspanne tussen binnenkomst in en vertrek uit het gebied door het schelpdiervaartuig ten minste 12 uren bedraagt.