BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.5.12
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een sanitaire ruimte bestemd voor gemeenschappelijk gebruik voldoet aan de volgende eisen:
a. de vloer bestaat uit deugdelijk, duurzaam en gemakkelijk te reinigen materiaal, dat ondoordringbaar is voor vocht;
b. schotten zijn van staal of ander deugdelijk materiaal vervaardigd en tot een hoogte van ten minste 25 centimeter boven de vloer waterdicht uitgevoerd;
c. toiletten zijn op voldoende wijze van elkaar zijn gescheiden en gemakkelijk bereikbaar;
d. een toilet is van een ruime afvoer voorzien en kan afzonderlijk door middel van een vaste inrichting gemakkelijk worden doorgespoeld, zodanig, dat geen stank wordt verspreid;
e. wastafels en badkuipen zijn van voldoende afmetingen en zijn vervaardigd van deugdelijk materiaal, met een glad oppervlak, niet onderhevig aan scheuren, schilferen of roesten; en
f. de vloer van een ruimte, waarin een toilet of een wasgelegenheid is ondergebracht, is voorzien van een behoorlijke waterafvoer.
2. Een toilet staat niet rechtstreeks in verbinding met slaapverblijven, en met een doodlopende gang tussen de slaapverblijven en de toiletten, met dien verstande, dat dit niet geldt voor een toilet tussen twee slaapverblijven, welke tezamen voor niet meer dan vier personen zijn bestemd.
3. Een toilet is van een zodanig model en de afvoer is zodanig ingericht, dat de kans op verstopping zo klein mogelijk is en het schoonhouden vergemakkelijkt wordt.
4. De afvoer van het toilet loopt niet door drinkwatertanks en, indien uitvoerbaar, niet onderdeks door dag- of slaapverblijven.
5. Het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, is mede van toepassing op wastafels in slaapverblijven en op sanitaire ruimten die rechtstreeks in verbinding staan met slaapverblijven.
a. de vloer bestaat uit deugdelijk, duurzaam en gemakkelijk te reinigen materiaal, dat ondoordringbaar is voor vocht;
b. schotten zijn van staal of ander deugdelijk materiaal vervaardigd en tot een hoogte van ten minste 25 centimeter boven de vloer waterdicht uitgevoerd;
c. toiletten zijn op voldoende wijze van elkaar zijn gescheiden en gemakkelijk bereikbaar;
d. een toilet is van een ruime afvoer voorzien en kan afzonderlijk door middel van een vaste inrichting gemakkelijk worden doorgespoeld, zodanig, dat geen stank wordt verspreid;
e. wastafels en badkuipen zijn van voldoende afmetingen en zijn vervaardigd van deugdelijk materiaal, met een glad oppervlak, niet onderhevig aan scheuren, schilferen of roesten; en
f. de vloer van een ruimte, waarin een toilet of een wasgelegenheid is ondergebracht, is voorzien van een behoorlijke waterafvoer.
2. Een toilet staat niet rechtstreeks in verbinding met slaapverblijven, en met een doodlopende gang tussen de slaapverblijven en de toiletten, met dien verstande, dat dit niet geldt voor een toilet tussen twee slaapverblijven, welke tezamen voor niet meer dan vier personen zijn bestemd.
3. Een toilet is van een zodanig model en de afvoer is zodanig ingericht, dat de kans op verstopping zo klein mogelijk is en het schoonhouden vergemakkelijkt wordt.
4. De afvoer van het toilet loopt niet door drinkwatertanks en, indien uitvoerbaar, niet onderdeks door dag- of slaapverblijven.
5. Het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, is mede van toepassing op wastafels in slaapverblijven en op sanitaire ruimten die rechtstreeks in verbinding staan met slaapverblijven.