BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.2.8
Regeling bemanning zeeschepen
1. Aan boord van een zeeschip, niet zijnde een passagiersschip, beschikt iedere zeevarende over een eigen slaapverblijf. Wanneer de grootte en indeling van het zeeschip en de werkzaamheden waarvoor het wordt gebruikt, dit niet toelaten kan de minister hiervan ontheffing verlenen.
2. De eerste stuurman, de hoofdwerktuigkundige en de andere officieren en chefs van diensten beschikken over een afzonderlijk slaapverblijf.
3. Indien zich niet een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 4.2.17, tweede lid, kan de minister ontheffing van het tweede lid verlenen, met dien verstande dat ten hoogste twee officieren in één slaapverblijf worden ondergebracht.
4. In een slaapverblijf voor onderofficieren worden ten hoogste twee personen ondergebracht. Van de overige zeevarenden maken ten hoogste twee zeevarenden van hetzelfde slaapverblijf gebruik, met uitzondering van aan boord van een passagiersschip, waar het maximaal toegestane aantal zeevarenden in één slaapverblijf vier bedraagt.
5. Voor slaapverblijven aan boord van een zeilschip, een zeeschip van minder dan 400 GT, een sleepboot of aannemersmaterieel, kan de minister ontheffing verlenen van het vierde lid.
6. Op een zeeschip van 3.000 GT of meer beschikken de eerste stuurman en de hoofdwerktuigkundige over een aan het slaapverblijf grenzend dagverblijf.
7. Op een zeeschip van 500 GT of meer zijn de slaapverblijven voor de leden van het dekpersoneel, het machinekamerpersoneel en het personeel van de civiele dienst per categorie gescheiden zijn, een en ander naar het oordeel van de minister.
8. Het onderbrengen van de bemanning geschiedt zodanig dat de wachten gescheiden zijn en vrije wachtsgasten (daglieden) geen slaapverblijf met wachtdoenden delen. Wanneer de grootte en indeling van het zeeschip en de werkzaamheden waarvoor het wordt gebruikt, dit niet toelaten kan de minister hiervan ontheffing verlenen.
9. Op een slaapverblijf is duidelijk het aantal zeevarenden vermeld waarvoor deze is bestemd.
2. De eerste stuurman, de hoofdwerktuigkundige en de andere officieren en chefs van diensten beschikken over een afzonderlijk slaapverblijf.
3. Indien zich niet een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 4.2.17, tweede lid, kan de minister ontheffing van het tweede lid verlenen, met dien verstande dat ten hoogste twee officieren in één slaapverblijf worden ondergebracht.
4. In een slaapverblijf voor onderofficieren worden ten hoogste twee personen ondergebracht. Van de overige zeevarenden maken ten hoogste twee zeevarenden van hetzelfde slaapverblijf gebruik, met uitzondering van aan boord van een passagiersschip, waar het maximaal toegestane aantal zeevarenden in één slaapverblijf vier bedraagt.
5. Voor slaapverblijven aan boord van een zeilschip, een zeeschip van minder dan 400 GT, een sleepboot of aannemersmaterieel, kan de minister ontheffing verlenen van het vierde lid.
6. Op een zeeschip van 3.000 GT of meer beschikken de eerste stuurman en de hoofdwerktuigkundige over een aan het slaapverblijf grenzend dagverblijf.
7. Op een zeeschip van 500 GT of meer zijn de slaapverblijven voor de leden van het dekpersoneel, het machinekamerpersoneel en het personeel van de civiele dienst per categorie gescheiden zijn, een en ander naar het oordeel van de minister.
8. Het onderbrengen van de bemanning geschiedt zodanig dat de wachten gescheiden zijn en vrije wachtsgasten (daglieden) geen slaapverblijf met wachtdoenden delen. Wanneer de grootte en indeling van het zeeschip en de werkzaamheden waarvoor het wordt gebruikt, dit niet toelaten kan de minister hiervan ontheffing verlenen.
9. Op een slaapverblijf is duidelijk het aantal zeevarenden vermeld waarvoor deze is bestemd.