BWBR0051068
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4.2.16
Regeling bemanning zeeschepen
1. Een zeeschip dat geregeld wordt gebruikt voor reizen in de tropen of in andere gebieden met vergelijkbare klimaatomstandigheden is uitgerust met tenten over de aan de zon blootgestelde dekken boven de verblijven en over de voor ontspanning bestemde dekruimten.
2. Aan boord van een zeeschip dat niet is voorzien van een luchtbehandelingsinstallatie en dat geregeld havens aandoet waar malaria voorkomt of kan voorkomen, zijn de dag-, nacht- en ziekenverblijven tegen binnendringen van muggen beschermd door het aanbrengen van passende horren voor patrijspoorten, luchtkokers, en deuren die toegang geven tot het open dek.
3. Op een zeeschip van meer dan 3.000 GT is zowel voor de dekdienst als voor de machinedienst een afzonderlijke ruimte als kantoor beschikbaar.
2. Aan boord van een zeeschip dat niet is voorzien van een luchtbehandelingsinstallatie en dat geregeld havens aandoet waar malaria voorkomt of kan voorkomen, zijn de dag-, nacht- en ziekenverblijven tegen binnendringen van muggen beschermd door het aanbrengen van passende horren voor patrijspoorten, luchtkokers, en deuren die toegang geven tot het open dek.
3. Op een zeeschip van meer dan 3.000 GT is zowel voor de dekdienst als voor de machinedienst een afzonderlijke ruimte als kantoor beschikbaar.